Neurologisch onderzoek


Neurologisch onderzoek

Dit omvat onderzoek van het centraal zenuwstelsel; het perifeer zenuwstelsel en de hersenzenuw; en het autonoom zenuwstelsel.

Testen van het centrale zenuwstelsel
Neurogene structuren in de hals

Trigonum suboccipitale (n. occipitalis major), Punctum nervosum colli (n. occipitalis minor), n. transversus colli, n. auricularis magna, nn. supraclaviculares. Achterste scalenuspoort: plexus cervicobrachialis.

Orthosympathische grensstreng: ganglion stellatum/cervicalis media/cervicalis superior
• N.phrenicus ook in relatie tot C3-4
• N.laryngealis (tak n. vagus) onderzoek om fractuur uit te sluiten
• Palpatie, percussie, compressie, ‘tuning fork pain’
• Testen om te bepalen of een röntgenfoto geïndiceerd is
• Canadian C-Spine rules
• Nexus criteria voor C- wervelkolom beeldvorming

Testen ter diagnostisering van radiculopathie
• Spurling’s compressie test
• Valsalva
• Plexus brachialis compressie test
• Cervicale hyperflexie test
• Cervicale distractie test
• Upper limb tension test
• Cervicale hyperextension test (Jackson’s test)

Van der El noemt nog (van der El, 1991):
• Test van Neri: exie hoofd gee rek op dura mater en dat kan a ankelijk van lokalisatie wortelprikkeling geven.
• Plexus brachialis rektest (Elvey 1979) betre cervicale wortels, plexus en perifere zenuwen (uitgevoerd met variaties).
• De test van de transversale, tectoriale en atlanto-axiale membranen hee de hoogste diagnostische accuratesse. Of de test ook toepasbaar is om het bovenste deel van de hals en de wervelkolom op stabiliteit te testen, moet nog bevestigd worden (Hutting et al., 2013).

De volgende testen kunnen uitgevoerd worden (zie kader vanaf tabel 13) in pdf Richtlijn Interventie Nek Hals:
• Transverse ligament test
• Tectorial membrane test
• Atlanto-occipital membrane test
• Sharp-Purser test
• Alar ligament test Clunking test
• Palatinum teken

Verdere testen hoog cervicale instabiliteit (Cagnie, 2013):
• Differentiaal test voor duizeligheid: Dix Hallpike
• Instabiliteit testen: lig. transversale, lig. alare en membrana tectoria

Daarnaast zijn deze testen van het zenuwstelsel van belang:
• Testen voor compressie myelum
• Hoffmanns reflex
• Teken van Babinski
• Teken van Lhermitte
• Teken van Gonda-Allen
• Teken van Allen-Cleckly
• Omgekeerde supinator teken
• Vinger Vlucht teken
• Gekruisde teen gang test
• Mendel-Bechterew sign
• Diepe pees reflex tests
• Suprapatellaire quadriceps test
• Achillespees reflex test
• Infrapatellaire pees reflex test
• Hand terugtrek reflex
• Statisch en dynamisch teken van Romberg
• Gang (gait) deviatie

Cook’s klinische predictie regel voor myelopathie:
• Gang deviatie
• Positieve Hoffmanns re ex
• Omgekeerde supinator sign
• Positieve Babinski test
• Leeftijd >45

Scapula adductietest betre 1e en 2e thoracale zenuw en dura mater richting craniaal
Testen geclusterd: Wainner’s clinical prediction rule voor cervicale radiculopathie (zie bijlage vanaf tabel 13.

Testen ter diagnosticering van cervicogene hoofdpijn (zie bijlage tabel 14): Cervicale exorotatietest (pijn en ROM).
Test op gewrichten mobiliteit en pijn in buiklig.

N. phrenicus (C3-C4-C5)

Bij uitval van de n. phrenicus wordt het diafragma bij inademing omhooggetrokken en neemt de buikomvang af (in tegenstelling tot de normale situatie waarbij de buikomvang toeneemt bij inspiratie), dit gee de paradoxale ademhaling. Daarom is het testen van de mobiliteit van de ribben, diafragma en stand, alsook de indruk van de vitaliteit van het longweefsel van belang. Daarbij kan via auscultatie de kwaliteit van de longen beoordeeld worden.

Perifeer zenuwstelsel
Neurodynamisch testen

Een neurodynamisch onderzoek/behandeling evalueert de lengte en mobiliteit van de verschillende componenten van het zenuwstelsel. De technieken worden uitgevoerd door therapeuten waarbij progressief meer spanning uitgevoerd wordt op de te testen component van het zenuwstelsel. De basistest is eigenlijk meer een uitgangspunt. Als clinicus kun je testen uitvoeren met een aantal verfijnde afgeleiden van de basis test. In veel klinische situaties zal het nodig zijn de basistesten te variëren en aan klinische situaties aan te passen.
Neurodynamische testen voor wervelkolom en onderste extremiteit:
• Straight Leg Raise (SLR)
• Passive Neck Flexion (PNF)
• Slump Test
• Slump Test in long sitting
• Prone Knee Bend (PKB)

Neurodynamische testen voor bovenste extremiteit:
• Upper Limb Nerve Tension (ULNT) test 1 (median nerve bias)
• ULNT 2 (median nerve bias)
• ULNT 2 (radial nerve bias)
• ULNT 3 (ulnar nerve bias)
• Verfijnde testen: Nervus axillaris
• Nervus musculocutaneus
• Nervus supraclavicularis
Zie verder: Neurodynamische testen voor de uitvoering (Chad E. Cook/Eric; J Hegedus 2013 second edition).

Hersenzenuwen-testen

• N. olfactorius
• N. opticus
• N. oculomotorius
• N. trochlearis
• N. trigeminus
• N. abducens
• N. facialis
• N. vestibulocochlearis
• N. glossopharyngeus
• N. vagus
• N. accesorius
• N. hypoglossus

Autonome zenuwstelsel

Bij het testen van het functioneren van het autonome zenuwstelsel wordt de COMPASS 31 gevalideerde vragenlijst gebruikt. Hierin worden de volgende componenten uitgevraagd:
• Vasomotoriek
• Sudomotoriek
• Pupillomotoriek
• Enterische zenuwstelsel
• Orthostatische tensie
• Blaasfunctie
Tevens kunnen variatie in hartritme, pupillometrie, basis spiertonus, thermoregulatie en fysische testen gedaan worden.