Lichamelijk onderzoek


Lichamelijk onderzoek

Bij algemeen osteopathisch onderzoek (weke delen en mobiliteit) worden weefsels via manueel onderzoek beoordeeld. Doel is het patroon van osteopathische disfuncties te herkennen en metabolische en psycho-emotionele componenten te integreren.

  • b.t. orgaan: Palpatie, percussie, provocatietesten, pols, bloeddruk, auscultatie.
  • Neurologisch: Motorisch, sensorisch, reflexen, clonus, hersenzenuwen,
  • Orthopedisch: Kwantiteit van de bewegingen, percussie,

Globaal mobiliteitsonderzoek

Na de palpatie worden specifieke klinische testen uitgevoerd om de eerdere differentiaal diagnose te toetsen en pathologie uit te sluiten. De testen worden onderverdeeld in vasculaire testen, neurologische testen en mechanische (orthopedische) testen.
Onderzocht worden:
• Cervicale wervelkolom
• Wervels C0-C7, Th1, Costa I
• Gewrichten
• Ligamenten
• Musculatuur

Actief mobiliteitsonderzoek cervicale wervelkolom

Cervicale wervelkolom: cliënt zit en beweegt achtereenvolgens naar exie, extensie, rotatie links, rotatie rechts, lateroflexie links en lateroflexie rechts.
Onderzoeksvragen zijn: wat is de Range of Motion (ROM), provocatie van symptomen, harmonieus bewegingsverloop?

Passief mobiliteitsonderzoek cervicale wervelkolom:

Regionale mobiliteitstesten zijn betrouwbaarder dan segmentale mobiliteitstesten (Senger et al. 2004). De betrouwbaarheid van de observatie van spierlengte en cervicale bewegelijkheid is significant hoger dan voor manuele beoordelingen technieken (Cleland, et al., 2006). Regionaal (zie bijlage voor betrouwbaarheid):
• Flexie test
• Extensie test
• Cervical flexion rotation test
• Rotatietest
• Lateroflexie
• Segmentaal (zie bijlage voor betrouwbaarheid):
• Test op gewrichtsmobiliteit en pijn in buiklig
• Posterior-anterior mobilisatie test

Onderzoeksvragen zijn: waar is de eindgrens, ROM, eindgevoel? Hypermobiliteit? Restrictie? Blokkade? Somatische disfunctie?

Weke delen testen

Musculatuur kan getest worden op lengte, kracht en tonus:
• Intrinsieke dorsaal: interspinales cervicis, spinalis cervicis, multifidus, semispinalis cervicis, semispinalis capitis, iliocostalis cervicis, longissimus cervicis, longissimus capitis, splenius cervicis, splenius capitis, intertransversarii anteriores/ posteriores, rectus capitis posterior minor, rectus capitis posterior major, obliquus capitis superior, obliquus capitis inferior.
• Oppervlakkig ventraal: platysma, sternocleidomastoïdeus (SCM), trapezius.
• Suprahyoidaal: digastricus, geniohyoideus, mylohyoideus, stylohyoideus.
• Infrahyoidaal: sternohyoideus, sternothyroideus, thyrohyiodeus, omohyoideus.
• Diep ventraal (prevertebraal): longus capitis, longus colli, rectus capitis anterior, rectus capitis lateralis.
• Lateraal: scalenus anterior, scalenus medius, scalenus posterior.

De volgende testen zijn onderzocht op betrouwbaarheid (zie hiervoor tabel 3 in de bijlage):
• Consistentie suboccipitaal musculatuur en capsula facetgewrichten C2-3
• Tonus paraspinale musculatuur cervicaal en thoracaal
• Tonus cervicale musculatuur