Differentiaal diagnostiek ZV


3.2 Differentiaal en uitsluitingsdiagnostiek

Tot de differentiaal diagnostische tests behoren het onderzoeken van:

  • De vitale parameters (ademhaling, hartfunctie, bewustzijn, hydratatie en meningeale prikkeling) door middel van palpatie en inspectie.
  • Hersenzenuwen, spinale zenuwen, perifere zenuwen, dynamische en statische co√∂rdinatie, reflexonderzoek, sensibiliteitsonderzoek, spierkrachtonderzoek.
  • Hart en bloedvaten door middel van auscultatie, percussie, palpatie.
  • Het abdomen door middel van auscultatie, percussie en palpatie.
  • De ademhaling door middel van ausculatie, percussie en palpatie.
  • Het bewegingsapparaat door middel van actief en passief bewegingsonderzoek, tractie en compressietests en door middel van specifieke test zoals meniscustest en ligamentaire test.
  • Het immuunsysteem door middel van palpatie en percussie.
  • Het endocrien systeem door middel van palpatie en specifieke tests.