Nieuwsbrief De Osteopaat – oktober 2019


Voorwoord

Op 15 mei organiseren de NVO en de SWOO weer ons jaarlijkse congres met dit keer als thema: stress en de rol van somatopsychische klachten in de osteopathie. De komende nieuwsbrieven zullen we vast extra aandacht besteden aan dit onderwerp.

In de afgelopen twintig jaar is er veel veranderd. Op het onlangs gehouden congres van het Verband der Osteopaten Deutschland gaf Florian Schwerla een mooi overzicht van randomized controlled trials die zijn gedaan naar de werking van osteopathie. In 1999 waren er nog maar drie RCT’s gedaan. Inmiddels zijn dat er al 106. De SWOO heeft nu het streven om de komende vijf jaar ook in ieder geval één Nederlandse RCT aan te leveren. Kortom, genoeg uitdagingen voor de toekomst.

Voor nu: veel leesplezier

Sander Kales

 

Biomechanisch

Met één been de lucht in

Bij hamstrings blessures kunnen zenuw- en spieraandoeningen naast elkaar bestaan. Daarom is een goede differentiële diagnose van belang.

Het doel van dit artikel is om het mechanische gedrag van de heupzenuw en biceps femoris spier in de proximale dij te onderzoeken, met de enkel dorsaalflexie bij verschillende graden van heupflexie tijdens de straight leg raise (SLR). Dit is gedaan bij kadavers.

Gebleken is dat enkel dorsaalflexie bij verschillende graden van heupflexie tijdens de SLR een veranderde spanning geeft van de heupzenuw in de bovenbenen. De biceps femoris-spier op dezelfde locatie werd daarentegen niet beïnvloed door de enkelbeweging. Deze bevindingen tonen differentieel gedrag aan tussen de zenuw en spier met enkel dorsaalflexie die zou kunnen worden gebruikt als differentiële diagnose bij posterieure heuppijn.

Originele titel: Differential movement of the sciatic nerve and hamstrings during the straight leg raise with ankle dorsiflexion: Implications for diagnosis of neural aspect to hamstring disorders
Auteurs: E. Bueno-Gracia et al
Verschenen in: Musculoskeletal Science and Practice Volume 43, October 2019, blz 91-95.

 

Biomechanisch

MET techniek bij COPD

COPD is een steeds vaker voorkomende luchtwegaandoening. Uit recent onderzoek blijkt dat het toevoegen van manuele therapie aan de standaard behandeling helpt.

Naast ademhalingsmoeilijkheden ervaren veel mensen met COPD extrapulmonale comorbiditeiten zoals musculoskeletale aandoeningen. Pulmonale revalidatie kan de conditie en kracht verbeteren, maar kan moeilijk zijn voor patiënten met musculoskeletale aandoeningen. Gekeken werd wat de invloed van manuele therapie is, specifiek van muscle energy techniques (MET).

Het gebruik van MET voor COPD is een opkomend onderzoeksgebied, en inmiddels zijn er enkele studies die de werkzaamheid en veiligheid ervan evalueren. Maar momenteel is er nog onvoldoende bewijs om het gebruik van MET bij de behandeling van COPD te ondersteunen. Er zijn strikt ontworpen onderzoeken met grotere steekproefomvang nodig om de rol van MET voor COPD beter te begrijpen.

Originele titel: Muscle energy technique for chronic obstructive pulmonary disease: a systematic review
Auteurs: D.A. Baxter et al
Verschenen in: Chiropractic & Manual Therapies, volume 27, Artikel 37 (2019).

 

Osteopathie mogelijk zinvol bij staartbeenpijn

Wat doe jij met iemand die jouw praktijk binnenloopt met coccygodynie?

Een 21-jarige man met atypische coccygodynie (staartbeenpijn) die bilateraal uitstraalde naar zijn dij en onderrug, kwam voor behandeling 10 jaar na coccyx-trauma. Pertinente beoordeling van systemen toonde onbedoeld gewichtsverlies van 9 kilo in de afgelopen 1 tot 3 jaar, een body mass index van 14,94, significante depressie en een slechte concentratie.

Naast de behandeling van zijn pijn, werden het gewichtsverlies en de depressie die hij ervoer aangepakt door een evenwichtig dieet te adviseren, de oorsprong te achterhalen van wat de patiënt dacht dat zijn depressie veroorzaakte en osteopathische manipulatieve behandeling te geven. Zo werden somatische disfuncties in de hoofd-, cervicale, thoracale, lumbale en sacrale gebieden verlicht.

Na zijn derde bezoek beschreef de patiënt een vermindering van zijn pijnsymptomen van 5 naar 3 op een schaal tot 10 (de NPRS). Dit casusrapport schetst het belang van een holistische benadering bij de behandeling van patiënten en pleit voor het gebruik van osteopathische manipulatieve behandeling als behandeloptie voor patiënten met coccydynie.

Originele titel: Osteopathic Approach to the Treatment of a Patient With an Atypical Presentation of Coccydynia
Auteurs: M. Alexandre et al
Verschenen in:  The Journal of the American Osteopathic Association, June 2019, Vol. 119, 395-400. doi:10.7556/jaoa.2019.069.

 

Circulatie

Is Alzheimer behandelbaar met osteopathie?

Nieuw onderzoek toont een verband aan tussen Alzheimer en de afbraak van de bloed-hersenbarrière, maar ook de invloed van osteopatische craniale behandelingen.

Recente studies hebben aangetoond dat een dysfunctie van bloed-hersenbarrière (BBB) mogelijk een rol speelt in het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. Het onderzoek legde een verband tussen de manifestatie van de ziekte en het neurovasculair systeem. De auteurs onderzoeken relaties tussen de ziekte van Alzheimer en de afbraak van BBB; de reactie van de BBB op verhoogde cerebrale bloedstroom en schuifspanning; en de impact van osteopathische craniale manipulatieve geneeskunde op cerebrovasculaire hemodynamica.

Ze stellen toekomstig onderzoek voor om osteopathische craniale manipulatieve geneeskunde te evalueren als een preventieve behandeling voor patiënten met ziekten van neurovasculaire oorsprong.

Originele titel:  Osteopathic Cranial Manipulative Medicine and the Blood-Brain Barrier: A Mechanistic Approach to Alzheimer Prevention
Auteurs: M. McAree et al
Verschenen in: The Journal of the American Osteopathic Association, June 2019, Vol. 119, e25-e28. doi:10.7556/jaoa.2019.070.

 

De bloed-hersenbarrière als endocrien weefsel

De bloed-hersenbarrière werd eerst vooral gezien vanwege het voorkomen van de niet-gereguleerde uitwisseling van stoffen tussen het bloed en het centrale zenuwstelsel. Tegenwoordig wordt er ook gekeken naar de endocriene functie.

De bloed-hersenbarrière (BBB) ​​heeft het vermogen om de niet-gereguleerde uitwisseling van stoffen tussen het bloed en het centrale zenuwstelsel (CNS) te voorkomen. In de loop van de tijd is de karakterisering als een interface ontstaan ​die gereguleerde uitwisselingen mogelijk maakt tussen het centraal zenuwstelsel en stoffen die op een hormoonachtige manier in het bloed worden gedragen. Daarom heeft communicatie tussen het CZS, BBB en perifere weefsels veel endocriene eigenschappen.

In deze review is onderzocht op welke manieren de BBB endocriene eigenschappen vertoont. De BBB is een doelwit voor hormonen zoals leptine en insuline, die veel van zijn functies beïnvloeden. Het is ook een secretorisch lichaam dat stoffen in het bloed of in de interstitiële vloeistof van de hersenen afgeeft. De BBB laat selectief toe dat klassieke en niet-klassieke hormonen het CZS binnenkomen en verlaten, waardoor het CZS zowel een endocrien doelwit als een secretoire weefsel kan zijn. Endocriene ziekten zoals diabetes mellitus tast de BBB aan en dit kan ziekten veroorzaken of eraan bijdragen, waaronder die gerelateerd zijn aan schildklierhormonen en obesitas.

De endocriene mechanismen van de BBB kunnen de definitie van endocriene ziekte uitbreiden met neurodegeneratieve aandoeningen, waaronder de ziekte van Alzheimer, en van hormonen met cytokines, triglyceriden en vetzuren.

Originele titel: The blood–brain barrier as an endocrine tissue
Auteurs: W.A. Banks
Verschenen in: Nature Reviews Endocrinology, 2019, volume 15, pag 444–455.

 

Metabool

Darmbacteriën voor het eerst geassocieerd met chronisch pijnsyndroom

Een onderzoeksteam heeft voor het eerst aangetoond dat de samenstelling van de bacteriën van de darmen bij mensen met fibromyalgie is veranderd.

Fibromyalgie (FM) is één van de meest voorkomende vormen van wijdverspreide chronische pijn. Deze aandoening komt voor bij 2 tot 4 % van de volwassenen. De kenmerken zijn pijn, fysieke uitputting, slaapstoornissen en cognitieve symptomen. FM beperkt sterk de kwaliteit van leven. De pathofysiologie van FM is nog niet duidelijk.

De diagnose van FM wordt bepaald aan de hand van een aantal kenmerkende symptomen, terwijl andere mogelijke oorzaken van pijn worden uitgesloten. De diagnostische criteria voor FM zijn gebaseerd op zelf-gerapporteerde symptomen. Omdat er nog geen objectieve diagnostische criteria waren, werden er veel foute diagnoses gesteld.

In de afgelopen jaren is er steeds meer bewijs gekomen voor de belangrijke rol van darmbacteriën in verschillende aandoeningen. Er zijn studies uitgevoerd die aspecten van de interactie tussen de gastheer en de bacteriën belichten, maar data over de rol van de darmbacteriën in de pathofysiologie van chronische pijn buiten het maagdarmstelsel zijn er nog niet veel. Wel is er steeds meer bekend over de interactie tussen darmbacteriën en het centraal zenuwstelsel, de “gut-brain axis”. Onderzoek bij mensen richt zich op veranderingen in de darmbacteriën bij o.a. IBS, chronisch vermoeidheidssyndroom, reuma en bij patiënten met chronisch dysfunctionele bekkenpijn.

In deze studie werden de microbiomen van 77 vrouwen met FM vergeleken met 79 controle deelnemers. De microbiomen hadden significante verschillen in verscheidene bacteriestammen. De samenstelling van alléén het microbioom was voldoende voor de classificatie van patiënten en controle deelnemers (receiver operating characteristic, area under the curve was 87.8%).

Originele titel: Altered microbiome composition in individuals with fibromyalgia
Auteurs: Minerbia, A. et al
Verschenen in: Pain (online),2019, pag 1–14.

 

Schildklierafwijkingen beïnvloeden endometriose

Onderzoekers bekeken de mogelijke pathofysiologische link tussen endometriose en schildklieraandoeningen.

Endometriose is een goedaardige gynaecologische aandoening die bij 10% van de vrouwen op vruchtbare leeftijd voorkomt, en zorgt voor ontstekingen. Deze leiden tot bekkenpijn en onvruchtbaarheid.

Endometriose wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van buitenbaarmoederlijke endometriale cellen. Behalve ontstekingsfactoren suggereren sommige auteurs dat auto-immuniteit een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van endometriose. Endometriose laat een aantal karakteristieke factoren zien van auto-immuun aandoeningen, zoals chronische lokale ontstekingen, die geassocieerd worden met de aanwezigheid van auto-immuun antilichamen.

Schildklier auto-immuun ziektes worden geassocieerd met endometriose, met name de ziekte van Grave (hyperthyioidi) en Hashimoto (hypothyrioidi). De hoge prevalentie van schildklier auto-immuun ziektes bij endometriose patiënten kan het resultaat zijn van de immuun disregulatie die bij vrouwen met endometriose wordt gezien. Alhoewel er nog geen pathofysiologische link is aangetoond, kan de schildklier dysfunctie invloed hebben op de voortgang van de endometriose. De invloed van de schildklier op het endometrium en ovarium fysiologie is al eerder beschreven.

In deze studie werd onderzocht of er een mogelijke pathofysiologische link is tussen endometriose en schildklieraandoeningen. Hieruit blijkt dat transcript RNA en proteïnen die een rol spelen in het schildklier metabolisme ontregeld zijn in het eutopisch en ectopisch endometrium van endometriose patiënten. Met name T3 en T4 beïnvloedden de celgroei van ectopische endometriale cellen. Onderzoeken bij muizen bevestigden de data uit in-vitro onderzoek. Een retrospectieve analyse van endometriose patiënten met of zonder schildklieraandoening liet bij endometriose patiënten met schildklieraandoeningen hogere chronische bekkenpijn en ziekte scores zien.

Originele titel: Role of thyroid dysimmunity and thyroid hormones in endometriosis
Auteurs : Peyneau, M. et al
Verschenen in: PNAS, June 11, 2019, vol. 116, no. 24, pag. 11894–11899.

 

Neurologisch

Effect van cervicale mobilisaties op het sympathische zenuwstelsel

Deze studie probeert een relatie te leggen tussen activatie van het sympathische zenuwstelsel en symptomatische verandering bij patiënten met nekklachten. Er lijkt geen directe associatie te zijn.

Veertig patiënten met nekklachten werden verdeeld over 2 groepen. Eén groep onderging 10 minuten lang passieve unilaterale oscillaties op pijnlijke en/of hypomobiele cervicale segmenten door 1 fysiotherapeut. De placebo onderzoeksgroep onderging 10 minuten een behandeling met alleen handcontact van dezelfde fysiotherapeut, zonder oscillaties.

Via elektrodes op de vingertoppen werd de huidgeleiding gemeten voor, tijdens en na de behandeling om veranderingen in het sympathische zenuwstelsel te meten. De verhoging van de huidgeleiding in de onderzoeksgroep was significant hoger in het begin van de behandeling vergeleken met de placebogroep. Na de behandeling was er geen verschil meer zichtbaar. Deze veranderingen van huidgeleiding bleken niet geassocieerd te zijn met de symptomatische veranderingen, zoals afname van pijn en meer cervicale mobiliteit. Mogelijk heeft de verandering van de huidgeleiding geen directe relatie met de activatie van het pijn inhiberende systeem vanuit het centrale zenuwstelsel.

Originele titel: Association between sympathoexcitatory changes and symptomatic improvement following cervical mobilisations in participants with neck pain. A double blind placebo controlled trial
Auteurs: Ion Lascurain-Aguirrebeña et al
Verschenen in: Musculoskeletal Science and Practice. Juli 2019; Vol 42, pag. 90-97.

 

Cerebrospinale vloeistof mogelijk biomarker voor schizofrenie

Dit onderzoek richt zich op de relatie tussen toegenomen cerebrospinale liquor, afname van de dikte van de cortex en de motorische ontwikkeling bij kinderen.  

Voor dit onderzoek werden 104 gezonde kinderen en 38 kinderen met risico op schizofrenie onderzocht in de leeftijd van 1 en 2 jaar. Met MRI en een cognitieve test is getracht een relatie te leggen tussen de hersenen en cognitieve vaardigheden.

Toename van de cerebrospinale liquor blijkt geassocieerd te zijn met afname van de dikte van de cortex en tevens afname van de motorische ontwikkeling. In de groep met kans op schizofrenie was de cerebrospinale liquor niet verhoogd. Toename van de cerebrospinale vloeistof zou daardoor een biomarker kunnen zijn voor een abnormale ontwikkeling van de hersenen.

Originele titel: Increased extra-axial cerebrospinal fluid is associated with decreased cortical thickness and delayed motor development in early childhood
Auteurs: Veronica Murphy et al
Verschenen in: Biological Psychiatry. mei 2019, Vol 85, Issue 10, pag. S230.

 

Beïnvloeding van hartritmestoornissen

In de afgelopen 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar het autonome zenuwstelsel en het effect daarvan op hypertensie, acute myocardiale infarcten en hartfalen. Onderzoek naar neuromodulatie therapie lijkt uiteenlopende effecten te hebben in de klinisch onderzoeken.

Resectie of ablatie van met name het ganglion stellatum heeft bemoedigende effecten bij hartritmestoornissen, blijkt uit deze review. Neuromodulerende therapie zou meer effect kunnen hebben als de onderliggende relatie tussen het zenuwstelsel, de moleculaire paden en de cardiale elektrofysiologie helder zijn. Ook zal er in de toekomst meer gekeken moeten worden naar het effect van medicatie, verschillen tussen mannen en vrouwen, en de differentiatie van stamcellen naar hartcellen en sympathische neuronen.

Originele titel: The autonomic nervous system and cardiac arrhythmias: current concepts and emerging therapies
Auteurs: Neil Herring, Manish Kalla & David j. Paterson
Verschenen in: Nature reviews Cardiology. Juni 2019.

 

Biopsychosociaal

Nieuwe onderzoeksstrategie nodig voor mind-body therapie

Stress-gerelateerde chronische ziektes vormen een enorme belasting voor ons gezondheidsstelsel. Maar biofeedback-trainingen bieden een uitkomst. Mits we kunnen onderzoeken wat wel en niet werkt.

Stress management is een vaardigheid die getraind kan worden door mind-body therapieën zoals yoga en meditatie. Deze mind-body therapieën werken als een vorm van biofeedback die de deelnemer leert processen te beheersen die normaal gereguleerd worden door het autonoom zenuwstelsel, zoals hartslag, de ademhaling, en spierspanning. Hierdoor wordt de stressreactie onderdrukt.

Mind-body geneeskunde voor de preventie en behandeling van chronische ziektes heeft de potentie om de gezondheidszorg te beïnvloeden tegen een redelijke prijs, maar ontbeert een sterke onderzoeksbasis. Dit is mede te danken aan pogingen om onderzoeksdesigns te gebruiken die vasthouden aan de principes van gerandomiseerde klinische trials (RCT). Bij dit soort onderzoeken is dat problematisch.

Het belang van RCTs ligt in het randomisatieproces, wat in theorie de vertekenende factoren evenredig verdeeld over behandel- en controlegroep. Daardoor wordt de interne bias van een onderzoek geminimaliseerd. Maar de resultaten van een RCT zijn moeilijk te generaliseren naar patiëntpopulaties buiten de onderzoekspopulatie en de uitkomsten geven zelden een precieze risico-baten ratio voor individuele patiënten aan.Precisie geneeskunde is ziekte preventie en -behandeling die individuele verschillen in biologie, omgeving en levensstijl mee laat wegen.

De reactie van een patiënt op mind-body geneeskunde is ook nog eens afhankelijk van mindset en setting. Mindset en setting zijn gepersonaliseerde vertekende factoren die niet evenredig verdeeld kunnen worden over behandelgroepen a priori.

Mind-body geneeskunde onderzoek is ideaal voor n-of-1 onderzoeken, een patiënt-georiënteerde benadering in klinisch onderzoek. Dit biedt de mogelijkheid om nieuwe n-of-1 trial designs te ontwikkelen voor precisie geneeskunde in relevante settingen.

Originele titel: Why mind-body medicine is poised to set a new standard for clinical research
Auteurs : Penrod, N.M., Moore J.H.
Verschenen in:Journal of Clinical Epidemiology, 2019 (article in press).

 

Suïcidale personen vertonen interoceptie disfunctie

Onderzoekers keken of individuen die in het verleden een suïcidepoging hebben gedaan, interoceptieve afwijkingen vertoonden binnen het cardiovasculaire systeem.

Psychiatrische patiënten met een voorgeschiedenis van suïcide werden gehaald uit de Tulsa 1000 dataset en gematched met patiënten zonder deze voorgeschiedenis. Om hart interoceptie te meten moesten de deelnemers een hartslag kloptaak uitvoeren buiten de MRI scanner en een fMRI taak gericht op het lokaliseren van de hersenactiviteit gedurende interoceptieve aandacht, gericht op de normale hartsensaties.

Individuen met een suïcide poging lieten een verminderde interoceptieve accuratesse zien bij de hartslag klop taak en hypoactivatie in de rechter postero-dorsale insula gedurende de hart interoceptieve aandacht taak. Deze data suggereren dat beperkte interoceptie mogelijk etiologisch verbonden is aan suïcide pogingen, en mogelijk individuen kan onderscheiden met een risico op suïcide.

Originele titel: Blunted Cardiac Interoception in Suicide Attempters
Auteurs: DeVille, D. et al
Verschenen in: Biological Psychiatry, mei 2019; 85.

 

Hyperarousal, slaap stoornissen en autonome disfunctie bij PTSS

Onderzoekers bekeken associaties van hyperarousal, nachtmerries en REM-slaap bij patiënten met PTSS.

Individuen die voldeden aan een PTSD-criterium en een trauma in de afgelopen 2 jaar (N=70, 45 vrouwen) opliepen, vulden samen met de arts de PTSS-Schaal in (DSM-IV-TR PTSD criteria). Ze vulden ook de hyperarousal vragenlijst (Composite Hyperarousal Index; CHI), de algemene psychopathologie vragenlijst (Composite Psychopathology Index; CPI), en hielden 12-27 nachten een slaapdagboek bij. Een subset van 56 (35 vrouwen) onderging een nacht met polysomnografie. ECG opnamen gedurende REM-slaap periodes duurden minimaal 5 minuten.

Hyperarousal, maar niet psychopathologie, voorspelde het aantal slechte dromen/nachtmerries en een verminderde parasympatische activiteit in de REM-slaap. Meer REM-slaap voorspelde grotere aantallen slechte dromen/nachtmerries en trauma-gerelateerde nachtmerries. Interventies die zich richten op aspecten van hyperarousal en REM kunnen mogelijk bijdragen in de behandeling van trauma-gerelateerde nachtmerries.

Originele titel: Interrelationships Between Hyperarousal, Nightmares and Parasympathetic Activity in REM Among Recently Traumatized Individuals
Auteurs: Oliver, K. et al
Verschenen in: Biological Psychiatry, mei 2019; 85.

 

Omgaan met lastige patiënten

Behandelaars vinden tot wel vijftien procent van de patiënten lastig om te behandelen, blijkt uit een artikel op DO, de website van de American Association of Osteopaths. Ze werken niet mee, gaan in tegen de osteopaat of willen eigenlijk medicijnen. Hoe ga je daarmee om?

Het artikel geeft een aantal behulpzame tips voor het omgaan met lastige patiënten. Bovenaan staat de tip om actief te luisteren en in te leven in de patiënt. Zinsconstructies die daarbij van pas kunnen komen, zijn: ‘Je ziet eruit alsof je overstuur bent’; ‘Hoe kan ik je helpen?’ of ‘Zou je bereid zijn om…’.

Osteopaat Steven Scheinthal, een geriatrische psychiater aan de Rowan University School of Osteopathic Medicine, nuanceert slecht gedrag van patiënten ook weer en zegt: ‘Het verbaast me dat slecht gedrag bij kinderen een driftbui genoemd wordt, maar bij oudere mensen wordt gemedicaliseerd. […] iedereen krijgt driftbuien, niet alleen 5-jarigen.’

Originele titel: Dreading that patient encounter? Help is here
Auteur: Seka Palikuca
Verschenen in: https://thedo.osteopathic.org/2019/08/dreading-that-patient-encounter-help-is-here/.

 

Is spiegelen een voorloper van vriendschap?

Onderzoekers hebben gekeken naar wat voor soort sociale interactie nodig is voor mensen om fysiologische synchronisatie te vertonen – wederzijdse veranderingen in de activiteit van het autonome zenuwstelsel.

De onderzoekers van de Anschutz Medical Campus van de Colorado School of Public Health waren benieuwd naar fysiologische synchronisatie. Mensen lijken socialer wanneer hun autonome zenuwstelsel synchroon loopt, observeerden ze. Dit is de eerste studie die aantoont dat, hoewel mensen fysiologische synchrone weergave vertonen in verschillende sociale contexten, de mate waarin ze dezelfde mate van opwinding delen kan variëren.

Ze lieten 134 vreemden in paren met elkaar communiceren, en manipuleerden twee kenmerken van de sociale context om hun impact op synchronie in sympathische en parasympathische reactiviteit te testen. Deelnemers voltooiden een knoopbindende taak binnen een kader van collectieve beloning (“samenwerking”) of individuele beloning (“competitie”); en terwijl ze aan het converseren waren of niet (“praten”).

Synchronisatie vond plaats in sociale contexten in beide autonome takken. Of de sociale of fysiologische context van synchronie bijdroeg aan de omgang, hing af van welk deel van het autonome zenuwstelsel synchroon waren.

De bevindingen laten zien dat het delen van een vergelijkbare hoeveelheid opwinding voldoende was om gelijkenis te vertonen en vergroten – wat onderzoekers een voorloper van vriendschap noemen – ongeacht de sociale context en ongeacht de mate van opwinding die partners deelden.

Originele titel: Social and Physiological Context can Affect the Meaning of Physiological Synchrony
Auteur: Chad Danyluck, Elizabeth Page-Gould
Verschenen in: Scientific Reports, 2019; 9 (1).

 

Waarom wijzen kinderen?

Er zijn meerdere hypotheses  gevormd over de oorsprong van wijzen. Hier onderzoekt men de hypothese of de wil tot aanraken de basis vormt voor wijzen.

Volgens de auteurs heeft wijzen zijn oorsprong in het willen aanraken en niet het vormen van een pijl. Ten eerste wordt er geen pijl gemaakt, maar is er de beweging om aan te gaan raken. Ten tweede wordt de pols dusdanig gedraaid om het voorwerp aan te kunnen raken. Tot slot interpreteren kinderen wijzen als de wil om iets aan te raken.

Dieren die niet wijzen, hebben ook geen taal ontwikkeling. Een kind tussen de 4 en 9 maanden begint met aanwijzen en dit vormt het fundament voor zijn/ haar taalontwikkeling. Het onderzoek is gedaan bij totaal 55 mensen (N=55) in 4 verschillende leeftijden.

Voor de eerste hypothese werd gekeken of mensen hun vingers zodanig vormen dat ze gaan aanraken en niet een pijl vormen. Gekeken werd of de lijn oog – hand doorloopt naar het object of de lijn van de vinger naar het object loopt.

Voor de tweede hypothese werd gekeken of ze onder een vreemde hoek hun pols draaien, alsof ze gaan aanraken. Hierbij werden figuren links geplaatst in 2D en in 3D. Predictie was meer rotatie van de pols in 3D.

Ten derde werd gesteld dat een wijsbeweging gaat om aanraken en niet om wijzen. Hierbij werden foto’s getoond van een figuur die wees naar een beker en keek naar een beker, waarbij de proefpersonen de beker moesten aanwijzen die hij gaat oppakken. Hieruit bleek dat het kijken bepalend was, niet de richting van de vinger. De hypothesen zijn allemaal bevestigd en men concludeert dan ook dat het om aanraken gaat en niet om een pijl vormen die aanwijst.

Conclusie is dat voor kinderen (en osteopaten) aanraken een belangrijke bouwsteen in de ontwikkeling is.

Originele titel: The origin of pointing: Evidence for the touch hypothesis
Auteurs: O’Madagain, C., Kachel, G., & Strickland, B
Verschenen in: Science advances, 5(7), eaav2558.

 

Lichaamstaal

Voor we kunnen praten, communiceren we via onze lichaamstaal – met gezichtsuitdrukkingen, gebaren en houdingen. Die non-verbale communicatie blijft ook nadat we leren praten van belang.

David Matsumoto, psycholoog en verbonden aan de San Francisco State University, deed in 2008 een onderzoek om te achterhalen of lichaamstaal aangeboren of aangeleerd is. Hij bestudeerde judoka’s in dertig landen – alleen was een deel van hen blind. Bepaald gedrag (zoals de overwinning vieren) bleek universeel, en werd vertoond door zowel ziende als blinde judoka’s. Maar verliezen zag er anders uit; in culturen waar schaamte een grote rol speelde, wilden ziende judoka’s hun verliezen minder etaleren.

Dit artikel vat een aantal bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek naar lichaamstaal samen:

– Ontstressen: een glimlach afdwingen kan zware taken minder stressvol maken. Uit een experiment uit 2012 bleek dat een grijns het vasthouden van je hand in ijswater draaglijker maakt.

– Volharden: je armen over je borst kruisen kan je helpen om een probleem op te lossen. In een studie uit 2008 bleven studenten die met gekruiste armen zaten bijna twee keer zo lang aan een onmogelijk probleem werken als studenten met hun armen langs hun zijde.

– Oprecht overkomen: studies tonen aan dat je blik kan helpen om mensen te laten denken dat je betrouwbaar en intelligent bent. Volgens lichaamstaalexpert Carol Kinsey Goman kan het er ook voor zorgen dat mensen denken dat je goed luistert.

– Contact bevorderen: door de gezichtsuitdrukkingen en gebaren van de persoon met wie je spreekt te spiegelen, kan deze zich prettiger voelen. Uit een experiment uit 2011 bleek dat dit een effectieve verkooptactiek is.

Originele titel: Body Language: What It Means and How to Read It
Auteur: Teal Burrell
Verschenen in: http://discovermagazine.com/2019/july/ewk-body-language.