Nieuwsbrief De Osteopaat (nieuwe stijl) maart 2016


Nieuwsbrief De Osteopaat (nieuwe stijl) Maart 2016

NVO-congres 16 en 17 september:

Een integrale aanpak voor somatisch onvoldoende verklaarde klachten

2016 is een belangrijk jaar voor de NVO; we bestaan dit jaar 30 jaar. Om daarbij stil te staan, organiseren we op 16 en 17 september een internationaal congres over het belang van een integrale aanpak bij somatisch onvoldoende verklaarde klachten (SOLK).

Sprekers op dit congres zijn dan ook voorlopers in hun veld met betrekking tot functionele klachten. SOLK wordt tijdens het congres benaderd vanuit de basiswetenschappen (histologie, immunologie, neurologie) en vanuit de biopsychosociale wetenschappen. Op het congres is verder aandacht voor alle elementen uit het ECOP model.

 

Van illness naar wellness

In het veld van de functionele geneeskunde vindt een verschuiving plaats van ziekte naar gezondheid (illness naar wellness). Dat vraagt om integratie van verschillende benaderingen en daarin heeft de osteopathie een duidelijke rol te spelen. De osteopathische filosofie heeft immers als pijlers gezondheid, functioneren en systemisch kijken.

Dit congres is voor de NVO en voor osteopaten een kans om aan andere (para-)medici te laten zien wat er in ons vakgebied gebeurt. Het richt zich op medici die geïnteresseerd zijn in modellen die bijdragen aan een effectieve aanpak bij SOLK, maar ook op paramedici en complementaire zorgverleners die veel mensen met SOLK in hun praktijk zien. De voertaal is Engels, omdat we ook deelnemers uit omringende landen uitnodigen. Verder nodigen we medici en paramedici uit en wordt er accreditatie aangevraagd voor al deze disciplines.

 

Eerste sprekers al bekend

De locatie is de Domus Medica in Utrecht op 16 en 17 september. De website van het congres gaat begin april online en de volgende sprekers hebben hun komst al bevestigd:

  • Tim Olde Hartman MD, huisarts, deed zijn promotieonderzoek naar SOLK.
  • Ruut Veenhoven, socioloog en vooraanstaand geluksonderzoeker.
  • Daan van Oosten, fysicus, gaat in op de systeembenadering in de gezondheidszorg.
  • Jenny Slatman, filosoof die onderzoek doet naar de subjectieve ervaring van het lichaam.
  • Leon Chaitow, DO, ND, osteopaat en redacteur van het Journal of Body Movement Therapies, expert op het gebied van fascia.
  • Robert Schleip, PhD, onderzoeker op het gebied van fascia.
  • Bas de Cock, Keel-, Neus- en Oorspecialist, en specialist op het gebied van integrale aanpak van duizeligheid en tinnitus.
  • Gerbrand Groen, anesthesioloog en gespecialiseerd in het autonome zenuwstelsel en hoofdpijn.
  • John Karemaker, fysioloog, gespecialiseerd in vasculaire en autonome functies van het hart en het hoofd.
  • Rogier Hoenders, psychiater, gespecialiseerd in geïntegreerde psychiatrie, organisator van het internationale congres over Integrale Psychiatrie.
  • Raymond Perrin, osteopaat en onderzoeker op het gebied van het lymfestelsel en haar rol in chronische vermoeidheid.
  • Donatini, osteopaat en oncoloog, gespecialiseerd in de werking van de darmen en de rol ervan in de immunologie.
  • Tjitske Bezemer, oprichter van Immunowell, een stichting voor onderzoek naar het immuunsysteem en de bijdrage daarvan aan de gezondheid.
  • Stefan Lucius, PhD, medeoprichter van Chronomed en slaaponderzoeker.
  • Terence Dowling, arts, osteopaat en psychotherapeut met expertise op het gebied van trauma en lichamelijke symptomen.
  • Torsten Liem, M.Sc., oprichter van de Osteopathie Schule Deutschland en onderzoeker op het gebied van immunologische behandelingen in osteopathie.
  • Dimitry Mokhov, voorzitter van de Russische federatie voor osteopathie en de Russische school voor osteopathie. Mokhov is daarnaast gespecialiseerd in somatische disfuncties.

 Dagvoorzitters:

Vrijdag: Mart Smeets

Zaterdag: Rogier Hoenders

 

De SWOO-nieuwsbrief komt deze keer voor het eerst uit in een nieuw jasje en gaat verder onder een nieuwe naam: Nieuwsbrief De Osteopaat. De nieuwsbrief verschijnt in het vervolg ieder kwartaal en wordt afgewisseld, twee keer per jaar, met het vernieuwde blad De Osteopaat. Het eerste nummer daarvan verschijnt in mei. Volg SWOO ook via Twitter: @swooOsteopathie.

 

Biomechanische model
Acute thoracolumbale pijn door cholecystitis: a case study

Klachten rondom de thoracolumbale overgang komen regelmatig voor. Een case study laat zien dat het niet altijd mogelijk is om uit te sluiten of klachten van somatisch of viscerale aard zijn.

Originele titel: Acute thoracolumbar pain due to cholecystitis: a case study

Auteur: Chris T. Carter

Verschenen in: http://chiromt.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12998-015-0079-2]

Door de viscero-somatische reflexboog worden viscerale klachten soms niet herkend en worden ze als somatisch gezien. De reden hiervoor is dat de klachten in de thoracolumbale overgang uitlokbaar kunnen zijn met klinisch onderzoek. Daarom is het belangrijk om naast de anamnestische bevindingen ook risicofactoren te herkennen die pathologie beter kunnen voorspellen. Pathologie aan de galblaas komt regelmatig voor en het is belangrijk dat de osteopaat dit in het achterhoofd houdt.

Anamnese en klinisch onderzoek: pijn in epigastrium of rechter hypogastrium, pijn in onderste rechter thoracale regio en ribben, misselijkheid, braken, koorts, teken van Murphy.

Risicofactoren:
> 20 jaar, vrouwelijk geslacht, verleden met zwangerschap, aantal bevallingen, obesitas, recent gewichtsverlies.

Bij combinaties van anamnestische gegevens en risicofactoren en eventuele voortgang in de tijd, moet worden doorverwezen naar een huisarts.

 

Osteopathische manipulatie als aanvullende behandeling voor ziekenhuispatiënten met longontsteking

Om te onderzoeken of Osteon Manipulative Treatment (OMT) nuttig is bij gehospitaliseerde patiënten met een pneumonie, is een dubbelblind onderzoek uitgevoerd (n=4-6). OMT werd vergeleken met een conventionele behandeling en een sham-therapie “light-touch treatment”. De OMT-groep bleek significant minder dagen verblijf in het ziekenhuis nodig te hebben.

Originele titel: Efficacy of osteopathic manipulation as an adjunctive treatment for hospitalized patients with pneumonia: a randomized controlled trial

Auteur: Donald R Noll et al.

Verschenen: http://om-pc.biomedcentral.com/articles/10.1186/1750-4732-4-2]

In dit gerandomiseerde onderzoek met controlegroep (RCT) kreeg iedere groep de conventionele behandeling, eventueel met een aanvullende therapie. Er werd in de eerste plaats gekeken naar de lengte van verblijf in het ziekenhuis. De secundaire uitkomstmaat was de duur van antibioticagebruik, dood, respiratoir falen, temperatuur en het aantal witte bloedlichaampjes.

In deze RCT kwam naar voren dat de OMT-groep significant minder dagen verblijf in het ziekenhuis nodig had (P=0,001) met gemiddeld 3,5 dagen (ten opzichte van 4,5 dagen voor de conventionele groep). Ook had de OMT-groep minder intraveneuze antibiotica nodig dan de conventionele groep. Er werden al eerder twee kleine RCT’s uitgevoerd waarbij het effect van OMT op pneumonie werd onderzocht (Noll et al., 1999; Noll et al., 2000).

Voor deze studie zijn alledaagse technieken uit de osteopathiepraktijk gebruikt: thoracolumbale soft tissue technieken, rib raising, dooming op diafragma, cervicale soft tissue technieken, lymfatische technieken op de thorax en voeten. Deze behandeling werd 2 maal per dag 15 minuten gegeven, minstens 6 uur na elkaar.

 

Cervicogene somatosensorische tinnitus: Een indicatie voor manuele therapie?

Er zijn al meerdere malen neurologische connecties aangetoond tussen de hoog cervicale wervelkolom en somatosensorische en auditieve systemen, maar er is nog maar erg weinig beschreven over somatosensorische tinnitus.

Originele titel: Cervicogenic somatosensory tinnitus: An indication for manual therapy? Part 1: Theoretical concept

Auteur: Rob A.B. Oostendorp et al.

Verschenen: http://www.manualtherapyjournal.com/article/S1356-689X(15)00233-7/abstract?rss=yes ]

Somatosensorische tinnitus kan worden opgewekt door somatosensorische en somatomotorische systemen. Dit betekent dat de intensiteit van tinnitus kan veranderen door sensorische of motorische stimuli. Binnen de somatosensorische tinnitus kan een subgroep worden gevonden waarbij anatomische en fysiologische functies van de cervicale wervelkolom betrokken zijn. Cervicale tinnitus moet vallen in de categorie extra sensorische tinnitus (Type IV). Voor een volledige onderverdeling van tinnitus: zie het volledige artikel.

Dit artikel richt zich op de onderliggende mechanismes die het auditieve en somatosensorische systeem vanuit de cervicale wervelkolom koppelen met tinnitus. Uit verschillende studies kan een relatie worden gelegd tussen het auditieve centrum en de cervicale regio. De gegeven verklaring is gevonden in verschillende ascenderende banen van de cochleaire nuclei die op de auditieve cortex projecteren. Hierbij zijn onder andere C1-4, n. V, n VII, n. VIII n. IX en n. X betrokken. Bij aanhoudende activiteit van de nucleus dorsalis cochlearis kan deze nucleus niet meer geïnhibeerd worden, waardoor tinnitus toeneemt.

Prevalentie
– 7-19% van de bevolking
– Progressief met de leeftijd tot 60-80 jaar
– Mannen: vrouwen = 2:1
– Slaapproblemen, depressie en ongerustheid
– Beperkte participatie qua werk en sociaal leven

Momenteel zijn er twee therapieën:
1. Sound-based therapie
2. Cognitieve gedragsverandering
Er is nog onvoldoende bewijs om hieraan manuele therapie toe te voegen. Om meer inzicht te krijgen wordt een pilotstudie uitgevoerd. In de pilotstudie zijn vier criteria opgesteld om tinnitus onder te verdelen in cervicogene somatosensorische tinnitus:

  1. Nekpijn
  2. Verslechterde cervicale ROM
  3. Tinnitus is te moduleren met nek/hoofd bewegingen
  4. Occipitale myogene gevoeligheid

 

Bio-energetisch metabool model

Hoe zit het met OMT en voeding bij het prikkelbare darm syndroom?

Irritable Bowel Syndrome (IBS) komt veel voor in de osteopathiepraktijk. IBS is een functionele aandoening en komt voor bij 2-20% van de mensen wereldwijd, en komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en vooral onder de 50 jaar. Auteurs wijzen op het belang van een goede differentiaaldiagnose tussen IBS en functionele dyspepsie, Crohn, Collitis ulcerosa, coeliakie en ‘Small intestine bacterial overgrowth’ (SIBO).

Originele titel: What about OMT and Nutrition for managing the Irritable Bowel Syndrome? An overview and treatment plan
Auteur: Collebrusco, 2014

Verschenen: http://www.explorejournal.com/article/S1550-8307(14)00111-6/abstract?cc=y=]

Studies laten zien dat IBS gelinkt wordt aan een slechte levenskwaliteit, depressie en een hoger arbeidsverzuim. Risicofactoren zijn: genetica, ingrijpende levensgebeurtenissen in de laatste 3 maanden en chronische stress. Aangetoond werd dat er veranderingen zijn in het autonoom zenuwstelsel (ANS) en de Hypothalamo-Hypofysaire-Bijnier-as (HHB-as). Vaak is hierbij een stijging van sympathische activiteit en juist een daling van parasympatische activiteit gevonden.

Voor een betere diagnostiek van IBS is een ROME III questionnaire gemaakt. Daarnaast wordt IBS nu onderverdeeld in subtypes van obstipatie, diarree of een mix hiervan. Opvallend is dat 75% van de patiënten minstens een keer per jaar verandert van subtype IBS. De auteurs wijzen op het belang van een goede differentiaaldiagnose tussen IBS en functionele dyspepsie, Crohn, Collitis ulcerosa, coeliakie en ‘Small intestine bacterial overgrowth’ (SIBO).

Afname van pijn

Er worden drie studies uitgelicht in dit artikel. Wanneer vijf Osteon Manipulative Treatment (OMT) sessies gegeven worden in twee tot drie weken, is er een goed effect dat tot zes maanden merkbaar blijft. Hieronder vallen de algemene symptomen, kwaliteit van leven en ernst van IBS (Hundscheid et al. 2007). Wanneer twee OMT sessies worden gegeven in zeven dagen met een follow up na drie weken, is er afname van abdominale pijn en bloating, maar is er geen verandering in depressie en bezorgdheid van de patiënt.
De auteurs van dit artikel hebben een kleine studie gedaan waarbij OMT vergeleken wordt met een sham-therapie. Ook hier scoort OMT beter op symptomen en levenskwaliteit ten opzichte van de sham-therapie. Klassieke medicatie verbetert slechts 7-15% van de klachten van de patiënten in Amerika.

In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de darmflora. Gezonde darmflora blijkt essentieel voor de behandeling van IBS. Bij dysbiose verhoogt het aantal lymfocyten en mastcellen, wat zorgt voor een lage mate van ontstekingen in het colon of terminaal ileum. Dit kan uiteindelijk neuromusculaire functiestoornissen geven (Collins et al., 2009). Symptomen blijven vaak bestaan door een lage mate van mucosale ontstekingen waardoor het immuunsysteem op een laag niveau actief blijft (Clark, 2010). Gezonde darmflora zorgt zelfs voor stressbestendigheid. Hieraan moet gedacht worden na infecties, antibioticagebruik en verkeerde voeding.

Er wordt geadviseerd op te passen met vette voeding, melk, tarwe, eieren, salicylaat- en aminerijke voeding. Het gebruik van pre- en probiotica vermindert de klachten van IBS en moet daarom ook bij het voedingsadvies worden meegegeven.

 

Belang van immuuncellen in appendix

Aangeboren lymfecellen (Innate Lymphoid Cells) zijn cruciaal bij bacteriële infecties. Het netwerk van deze immuun cellen in de appendix blijkt dus ook cruciaal te zijn, wat bewijst dat de appendix geen “wegwerp” orgaan is.

Originele titel: Immune cells make appendix silent hero of digestive health

Auteur: Rankin, L.C. et al., 2015.

Verschenen: Complementarity and redundancy of IL-22-producing innate lymphoid cells. Nature Immunology, 17(2), pp.179–186.]

Deze ILC’s blijken ook van belang te zijn bij allergieën, astmatische bronchitis, prikkelbare darm syndroom en psoriasis. Indicatie dus ook voor de osteopaat om hier in zijn behandeling rekening mee te houden.

 

Neurologisch model

Neurale controle van mictie in mensen
De neurologische controle over de blaas komt voort uit verschillende regio’s. Op centraal niveau werken circuits uit de frontale cortex op het periaquaductal gray (PAG) in het mesencefalon, wat de plasreflex kan triggeren of vertragen.

Originele titel: Neural control of micturition in humans: a working model

Auteur: Griffiths D

Verschenen: Nat Rev Urol. 2015 Dec;12 (12): 695-705. doi: 10.1038/nrurol.2015.266. Epub 2015 Dec 1.]

Daarnaast wordt door deze gebieden de hoeveelheid urine in de blaas gevoeld, samen met het besef van de emotionele en sociale gepastheid om te plassen. Het onderzoek beschrijft hoe ook hogere hersenfuncties aan mictie zijn verbonden.

Specifiek vallen deze gebieden op:

  • De medio-prefrontale cortex en het parahippocampus complex uit de frontale cortex. Deze circuits zijn actief in rust en gedeactiveerd bij inspanning.
  • De insula en de anterior cingulate cortex worden geactiveerd bij het vullen van de blaas. Deze gebieden worden geactiveerd bij het verlangen om te plassen.

Voor de osteopaat is het belangrijk kennis te hebben van deze circuits op craniaal niveau. Dit kan een uitbreiding geven bij de behandeling van urgency incontinentie en overactieve blaasklachten.

 

Sympathische innervatie controleert homeostase van neuromusculaire verbindingen

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van het sympathisch systeem op de (patho-)fysiologie van skeletspieren, maar directe sympathische innervatie op skeletspieren is nog veel minder onderzocht. Slecht functionerende neuromusculaire juncties zijn verantwoordelijk voor: spierzwakte, chronische vermoeidheid, adrenaline insufficiëntie en CPRS.

Originele titel: Sympathetic innervation controls homeostasis of neuromuscular junctions in health and disease

Auteur: Tullio Pozzan et al.

Verschenen: http://www.pnas.org/content/113/3/746.short?rss=1]

Neuronen maken contact met de neuromusculaire juncties en zorgen voor een netwerk in de skeletspier. In deze studie wordt aangetoond dat stimulatie van sympathische ganglionen zorgt voor stimulatie van het adrenerge signaaloverdracht in de spier. Deze sympathische inbreng zorgt voor de koppeling tussen bloedvaten, motor neuronen en spiervezels binnenin de skeletspier. In deze studie wordt medicamenteus getest. Voor de osteopathiepraktijk is een studie nodig die aantoont dat manuele interventies op ganglionen ook sympathische stimulatie teweeg brengen. Conclusie: Sympathische input is cruciaal voor de synapsvorming en spierfunctie van de skeletspier.

 

Somatosensorische neuronen in rondworm

Bij een rondworm (C.Elegans) is gekeken hoe bij somatosensorische neuronen de mechanische druk omgezet wordt in een elektrische membraanstroom, gedragen door een mechano-elektrische transductie (MeT) kanaal in een receptor.

Originele titel: Tissue mechanics govern touch sensation

Auteur: Eastwood, A.L. et al.

Verschenen in: Tissue mechanics govern the rapidly adapting and symmetrical response to touch. Proceedings of the National Academy of Sciences, 112(50), pp.E6955–E6963.]

Dit kanaal reageert op indrukken, niet op kracht, en een snellere prikkel geeft een grotere respons dan een langzame. Touch Receptor Neuronen (TRN, Pacini Corpuscles bij zoogdieren) zorgen op systemisch niveau voor een mechanisch filter, waardoor er symmetrische en snel adaptieve responsen van hun MeT’s mogelijk zijn.

 

De osteopaat kan via darm-neuronen functioneren ook anti-inflammatoir werken

De lamina Propria macrofagen activeren pro-inflammatoire fenotypen, en de musculaire macrofagen activeren anti-inflammatoire fenotypen. Dit onderzoek was erop gericht uit te zoeken hoe dat kan.

Originele titel: The neurons in our gut help the immune system keep inflammation in check

Auteur: Gabanyi, I. et al.

Verschenen in: Neuro-immune Interactions Drive Tissue Programming in Intestinal Macrophages. Cell, 164(3), pp.378–391.]

De conclusie is dat de enterische neuronen (in de myenterische plexus v. Auerbach) die de musculaire macrofagen beïnvloeden via norepinephrine, ervoor zorgen dat er anti-inflammatoire fenotypen geactiveerd worden. De responstijd op een infectie van de macrofagen is 1 tot 2 uur en is beduidend sneller dan wanneer ze niet beïnvloed worden door de neuronen. Dit onderzoek laat zien dat de Neuro-Endocrino-Immunologie van belang is, en dat de osteopaat via darm-neuronen functioneren ook anti-inflammatoir kan werken.

 

Overig

De arteriële oorsprong van CSF pulsaties bewezen

Een belangrijke rol is weggelegd voor de image-guided Computational Fluid Dynamics (iCFD). Deze data kan vergeleken worden met in vivo metingen (CSF stroomsnelheid, hersen bewegingen, deformaties craniale en spinale compartimenten). In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op de meetmethodes voor de vloeistofverplaatsingen. Conclusie: het oude model van de craniale osteopathie moet worden herzien.

Originele titel: Circulatoir Cerebro Spinal Fluid dynamics and its coupling to cerebrovascular dynamics.

Auteur: Linninger, A.A. et al.

Verschenen: Cerebrospinal Fluid Mechanics and Its Coupling to Cerebrovascular Dynamics. Annual Review of Fluid Mechanics, 48(1), pp.219–257.]

Het binnengesloten “Fluid Body” vertoont pulsaties in de laterale ventrikels, het craniale compartiment en de spinale compartimenten. Daarbovenop is er een verse productie in het epithelium van de plexi choroidei en afvoer in het veneuze systeem via de arachnoïdea villi of langs zenuwen in het extra craniale lymfatische systeem (tevens is er bij zoogdieren een meningeaal lymfatisch netwerk ontdekt: glymphatic system).

Ook is er een reabsorptie van het interstitiële vocht naar de microvasculatuur (Virchow-Robin ruimtes). De wand van de arteriën omvat een perivasculaire ruimte tussen de leptomeningen en het endothelium. Er wordt gespeculeerd dat systolische expansie voor een pulsatiele beweging in de perivasculaire ruimtes zorgt. Dit komt doordat de hersenen niet kunnen expanderen vanwege het cranium. En zo stroomt er CSF in het perivasculaire systeem.

Daarnaast is er ook een verplaatsing van de hersenen en het ruggenmerg van 0.5 mm tijdens de carotis systole op en neer. De systolische influx van CSF in de SAS wordt ondersteund door vervorming van de dura, die weer mogelijk gemaakt wordt door een verplaatsing van veneus bloed of compressie van de epiduraal lumbaal.

Twee werkwijzen

Steeds meer onderzoekers verduidelijken de rol van de zenuwwortels op de CSF stromen in het ruggenmerg. Toch wordt tot op heden het spinale kanaal niet als hoofdplek voor CSF absorptie gezien.

Er is een stroming van het Cranium naar de SubArachnoide Spaces (SAS) tijdens systole en een stroming van SAS naar Cranium bij Diastole. Dit volume is 1-2 ml per hartcyclus. Tevens is er een ademhalingsinvloed op de CSF oscillaties in de aquaductus. Maar een fractie van de CSF wordt gesecreteerd door het hersenweefsel in de ventrikels (Klarica’s theorie). Nieuwe data suggereert dat de hersenen die het volume van de Extra Cellulaire Space (ECS) reguleren, afhankelijk zijn van metabole behoeftes.

CSF kan ook terug vanuit de ventrikels onder hoge druk naar het hersen interstitium stromen. Ook interessant is de uitwisseling van water via de astrocyten podia naar de ECS (=aquaporin kanalen).

Het grootste bloedvolume komt binnen via de A. Cerebralis Medius, die naar de Plexi Chorodeii gaat. Tijdens een normale hartactie komt er 750 ml bloed in het hoofd.

Vermoedelijk zijn er twee werkwijzen:

  • Vasculaire volume dilatatie zorgt via hersenparenchym voor een compressie en contractie van de ventrikels.
  • Door systolische expansie van de choroidale arteriën is er een beweging van de ventrikelwand naar buiten.

Daarnaast klapt, wanneer de Intra Craniele druk (ICP) boven de 30 mmHg komt, het veneuse netwerk in elkaar. De auteurs concluderen dan ook dat de arteriële oorsprong van CSF pulsaties is bewezen. Kortom, het oude model van de craniale osteopathie moet herzien worden.

 

Vak discussie over onderscheid tussen D.O. artsen en behandelaars

Hollis King reageert op uitspraken van Dr. McGrath (lid Board National Osteopathic Medical Examiners) ten aanzien van de Osteopathic International Alliance.

Originele titel: A global view of osteopathy, mirror or echo chamber

Auteurs: King, H.H.

Verschenen in: Letter to the Editor Regarding “A global view of osteopathy – Mirror or echo chamber”. International Journal of Osteopathic Medicine, 19(C), pp.81–83.]

McGrath vindt dat er een duidelijk onderscheid is tussen Amerikaanse D.O. artsen (Doctors of Osteopathic Medicines) en Osteopathic Manipulative Medicine-technieken die door osteopaten uitgevoerd worden. Hollis King bestrijdt dit, ook Amerikaanse D.O. artsen doen OMT (1000 van de 90.000) en denken osteopatisch. Er is een Osteopathic Principles Commitee die standaarden ontwikkelt: de Osteopathic Principles and Practices, deze zijn geaccepteerd door reguliere medici. Vervolgens stelt McGrath dat het lichaam niet zelfhelend is, en dat werken aan het cranium ongefundeerd is. Beide worden weersproken door Hollis King, waarbij hij memoreert aan het feit dat Osteopathic Cranial Manipulative Medicine (OCMM) door de Educational Council on Osteopathic Principles (ECOP) toegevoegd is.

 

Nek meest voorkomende klacht bij osteopaat

1069 van de 2050 osteopaten heeft de survey in 2013 ingevuld, twee derde van hen was man, en gemiddeld was men elf jaar werkzaam. 92% is zelfstandig ondernemer. Gemiddeld ziet men negen mensen per dag, en werkt men 30 uur in de week.

Originele titel: State of affairs of osteopathy in Benelux

Auteurs: Patrick L.S. van Dun et al.

Uit: http://www.journalofosteopathicmedicine.com/article/S1746-0689(16)00004-3/abstract?rss=yes ]

 

Duidelijk is dat er steeds meer vrouwelijk osteopaten bij komen. 85% heeft als vooropleiding fysiotherapie. Opvallend is dat tijdens het onderzoek slechts 53% de viscerale mobiliteit test, 50% test een ROM, 42% het cranium test, en 35% fasciale testen doet.

Bij de behandeling ligt dit anders:

48% behandelt bijna altijd en 25% altijd visceraal,

43% bijna altijd, 23% altijd neuro en viscero craniaal

42% bijna altijd, 20% altijd fasciaal

44% bijna altijd, 14% altijd functionele technieken (BLT, Sutherland)

46% bijna altijd, 9% altijd met HVLA technieken.

 

De top-vijf prioriteiten voor het vak zijn volgens de deelnemers:

  1. Osteopathie als een autonoom zelfstandig beroep.
  2. Meer samenwerking met andere disciplines.
  3. Wettelijke erkenning.
  4. Hoger niveau van scholing.
  5. Hogere vergoeding voor de cliënt.

De klachten waarvoor men osteopaten consulteerde was in afnemende volgorde: nek, lumbago, hoofdpijn, cervicobrachialgie, sciatica, stress, verteringsproblemen, zwangerschap, darmkrampen bij baby’s, prikkelbare darm syndroom.