Nieuwsbrief De Osteopaat maart 2017


Nieuwsbrief De Osteopaat Maart 2017

 

Beste collega’s,

 

Deze nieuwsbrief geeft wederom een overzicht van verschenen wetenschappelijke literatuur van de afgelopen drie maanden en laat zien dat de aangrenzende beroepen (manuele en fysiotherapeuten in dit geval) zich langzaam ook op ons domein begeven. De behandeling van keizersnedes middels fasciale technieken toont aan dat wij als beroepsgroep meer aandacht moeten gaan besteden aan onderzoek en effectiviteitsstudies. Daar gaat de SWOO zich de komende jaren dan ook op richten. De SWOO ontwikkelt momenteel een onderzoeksplan. Daarvoor is een breder draagvlak nodig en we roepen scholen, onderzoeksinstituten en collega’s op om zijn of haar steentje bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van ons vak.

 

Veel leesplezier.

Sander Kales

 

Biomechanisch

Osteopathische behandeling bij zuigproblematiek

Borstvoeding wordt ten stelligste aangeraden tot zes maanden na de geboorte, maar zelden wordt deze aanbeveling ook gehaald. Tijdens de eerste levensmaand is het risico het grootst dat de borstvoeding misloopt.

In de helft van de gevallen rapporteren de moeders (biomechanische) problemen zoals moeilijkheden bij zuigen, slikken en het algemene comfort voor moeder en kind. Wetenschappelijke literatuur over biomechanische zuigproblematiek en osteopathie is schaars, maar daaruit zou blijken dat craniale dysfuncties en restricties van craniale suturen met hun effect op de zenuwen, betrokken zijn bij het zuigproces.

In deze gerandomiseerde controlestudie werden zevenennegentig moeder-kind koppels ingedeeld in twee groepen. Beide groepen werden begeleid door een lactatiedeskundige. De ene groep werd daarnaast ook osteopathisch behandeld, de andere niet. Osteopathisch onderzoek van de baby’s toonde bij iedere zuigeling craniale dysfuncties aan, waarvan 97% een occipitaal compressieletsel.

De resultaten van deze studie suggereren dat een osteopathische behandeling gekoppeld aan de begeleiding van een lactatiedeskundige effectief is in het reduceren van biomechanische zuigproblematiek. Onder het “osteopathisch behandelen” verstaat men hoofdzakelijk het vrijmaken van het occiput en zijn weke delen (suboccipitale musculatuur, de occipito-temporale sutuur) zodat het hoofdje een betere range of motion heeft en de nervus hypoglossus (essentieel voor tongbewegingen) een ongehinderd verloop. Moeders ervoeren nadien niet alleen een betere manier van zuigen, maar ook een groter persoonlijk comfort tijdens het voeden.

 

Originele titel: Efficacy of an Ostepathic treatment coupled with lactation consultations for infants biomechanical sucking difficulties: A Randomized controlled trial.
Auteur: Juliette Herzhaft-Le Roy, MD, DO, IBCLC 1,2 , Marianne Xhignesse, MD, MSc 2, and Isabelle Gaboury, PhD.
Verschenen in: Journal of Human Lactation.

 

Effect van myofasciale inductie op littekenweefsel na keizersnede

In deze pilotstudie is bij 10 proefpersonen gekeken naar de effecten van myofasciale inductietherapie (MIT) op littekenweefsel dat ontstaan is na een keizersnede

Inclusiecriteria waren: status na keizersnede meer dan 18 maanden, transversaal litteken, geen aanwezigheid van geassocieerde ziektebeelden. Het aanbrengen van krachten op macroniveau op littekenweefsel veroorzaakt veranderingen in de extracellulaire matrix en in het mechanisme van het cytoskelet (polymeren van eiwitten) op microniveau. De “tensional integrity” zorgt ervoor dat moleculen, cellen, organen etc. hun vorm kunnen stabiliseren en structuur en functie kunnen integreren op alle niveaus. Externe mechanische krachten zorgen voor een afname in de afzetting van collageen gedurende weefselreparaties en de formatie van littekenweefsel. Daarbij zal een gereguleerde mechanische load van matige mechanische belasting en intensiteit gunstig zijn voor afname van de ontstekingsreacties, fibrose en verbetering van de modellering van weefsels.

In het onderzoek werd gebruik gemaakt van echografie, Schober’s test voor het meten van de lumbale flexie en de Short Form-36 vragenlijst voor het meten van de “Quality of life” (QOL). Gedurende 8 weken werden bij 10 proefpersonen myofasciale technieken (30 minuten per behandeling) gebruikt, bestaande uit 2 oppervlakkige technieken (longitudinaal en transversaal gericht) en 2 diepere technieken (gekruiste fasciale techniek en in een transversaal vlak).

Er werd een duidelijk effect gemeten; de dikte van het littekenweefsel nam waarneembaar af. Ook was er een matige significante afname te zien in de toename van de lumbale flexie na 8 weken, gemeten met de Schober’s test. De score op de QOL op het gebied van afname van de pijn is noemenswaardig. Een zeer lichte afname was te zien in de frequentie van gynaecologische dysfuncties, rugklachten, digestieve en urologische klachten na 8 weken van behandeling met MIT. In eventuele vervolgstudies zou nog specifieker gekeken moeten worden naar de elasticiteit op het littekenweefsel.

 

Originele titel: Effect of myofascial induction therapy on post-C-scars, more than one and a half years old. Pilot study.
Auteurs: Chamorro Comesana, A., Suarez Vicente, M. del Pilar, Docampo Ferreira, T., Perez-La Fuente Varela, M. del Mar, Porto Quintans M.M., Pilat, A.
Verschenen in: Bodyworks and Movement Therapies, maart 2016.

 

 

Circulatie

Migraine, arteriële hypertensie en cardiovasculaire problemen, een link?

Tot op heden wordt een pathologische vasculaire reactiviteit gezien als het fysiologische mechanisme achter migraine. Een deficiënte, autonome cardiovasculaire regulatie is één van de mogelijke ontstaansmechanismen. Aansluitend wordt een groter risico van arteriële hypertensie gerapporteerd bij patiënten met migraine.

Deze studie wil de link onderzoeken tussen de autonome cardiovasculaire regulatie, hypertensie en migraine. Met behulp van specifieke testen (tilt-test, het valsalva manoeuver, diepe ademhaling, de handgreep test) wordt de autonome cardiovasculaire regulatie getest. Een onderzoek van de familiale voorgeschiedenis moet inzicht geven in de cardiovasculaire pathologieën.

Bij migraine patiënten ziet men dubbel zoveel cardiovasculaire pathologieën in de familiale voorgeschiedenis. Bijgevolg kan men suggereren dat gelijkaardige genetische factoren verantwoordelijk zouden zijn voor zowel migraine als de ontwikkeling van cardiovasculaire problemen.

De neurogene hartslag regulatie toont geen verschillen tussen beide groepen (migraine en geen migraine). De baroreflex daarentegen is wel significant lager bij migraine patiënten met hypertensie (bij normotensieve migrainepatiënten bleef die behouden). De vasomotorische reactiviteit is significant hoger.

De combinatie van verhoogde vasomotorische reactiviteit met een verminderde baroreflex is waarschijnlijk aanleiding tot het ontwikkelen van arteriële hypertensie en dus een mogelijke trigger voor zware cardiovasculaire complicaties zoals een beroerte. Deze conclusie moet men steeds indachtig zijn bij migraine patiënten.

 

Originele titel: Arterial hypertension in migraine: Role of familial history and cardiovascular phenotype.
Auteurs:  Laura Babayan, Oleg V. Mamontov; Alexander V. Amelin, Mikhail Bogachev, Alexei A. Kamshilin.
Journal: Autonomic neuroscience: Basic and Clinical.

 

 

Neurologisch

Somatische dysfunctie: fascinerend, maar helpt het onze gezondheidszorg

In de osteopathie worden klachten benaderd vanuit een holistische visie, waarin de somatische dysfuncties een belangrijke rol spelen. Dit artikel geeft een uiteenzetting van het concept van de somatische dysfunctie en stelt dat het een aantal beperkingen heeft.

Die beperkingen zijn:
1. Interdisciplinaire communicatie tussen osteopaten en andere beroepen zijn beperkt;
2. Psycho-sociale factoren zijn niet geïntegreerd;
3. Er is sprake van slechte diagnostische betrouwbaarheid en onduidelijke validiteit;
4. De relatie tussen somatische dysfuncties en gezondheid is nog altijd niet aangetoond;
5. Uitspreken van dysfuncties kan het klachtenbeeld van de patiënt negatief beïnvloeden.

Penney (2010; 2013) beschreef eerder dat osteopaten een biopsychosociale bril gebruiken. Hierin moeten symptomen worden beschreven vanuit psychologische, sociale en pathofysiologische variabelen. Dit model wordt universeel gebruikt door evidence-based gezondheidsprofessionals. Overstappen naar een biopsychosociaal model is geen grote overstap. Door aan te haken aan geaccepteerde modellen kunnen echter wel bruggen worden gebouwd naar andere gezondheidsprofessionals. Dit is nodig om de osteopathie in de gezondheidszorg te implementeren.

 

Titel: Somatic dysfunction – conceptually fascinating, but does it help us address health needs?
Auteur: Robert Moran.
Tijdschrift: International Journal of Osteopathic Medicine (IJOM).

 

De beoordeling van pijn

Pijn is een subjectief begrip en kost het bedrijfsleven jaarlijks veel geld. De in de jaren zeventig ontwikkelde McGill Pain questionnaire wordt nog steeds veel gebruikt en zet geschatte pijn om in een getal. Maar kan dat wel?

De questionniare is ouderwets, maar nog steeds gangbaar in verschillende settingen. Artsen beamen dat het meten van pijn subjectief is en gekleurd naar eigen verbeelding. Pijn vertalen naar een getal en er een omschrijving van geven, blijkt moeilijk voor patiënten. Pijnbeleving en referentie verschilt sterk per persoon. Verschillende artsen in ziekenhuizen en vooraanstaande lage rug klinieken werken nog steeds met de McGill Pain questionnaire, maar de beleving van de pijn wordt verder uitgevraagd door onder andere meer te weten te komen over de patiënt.

Op RX en MRI is pijn niet zichtbaar. Neuro-imaging is een nieuwe techniek waarbij de subjectieve pijn wordt geobjectiveerd. Het is geen pijnscore, maar een manier om inzicht te krijgen in fysiologie, anatomie en neurologie. Hiermee verwerft de arts meer inzicht in de pijn en wordt het verhelpen ervan minder complex.

Een ander experiment om meer inzicht te krijgen in wat helpt tegen pijn en tegelijkertijd in de vormen van pijn, is een alternatief circuit van acupunctuur, mindfulness, cognitive behavioural therapy en real-time neural feedback. Bij deze interventies wordt met een vragenlijst gekeken naar angst, depressie, boosheid, fysiek functioneren, pijn gedrag en hoeveel de pijn het alledaagse leven beïnvloedt. Voor en na de interventies werden er MRI’s gemaakt en werd de circulatie in verschillende hersengebieden vergeleken.

Toch is pijn nog steeds een moeilijk te begrip. Pijn is gekleurd door zowel fysieke pijn, als de beleving ervan door de patiënt. Reden voor onze beroepsgroep om bij pijnklachten goed uit te vragen.

 

Originele titel: Sickening and grueling or frightful: how doctors measure pain.
Auteur: John Walsh.
Verschenen in: Mosaic.

 

Relatie van hypothalamus tussen emoties en hartritmestoornissen

Deze studie richt zich op de asymmetrische sympatische output van de dorsomediale hypothalamus naar het hart tijdens emotionele stress. Hiervan wordt verondersteld dat dit een causale factor zou kunnen spelen in cardiale arrythmie.

Vanuit verschillende wetenschappelijke dierstudies is er bewijs voor een anatomische en functionele asymmetrische sympatische output van het hart. Ook is er wetenschappelijk bewijs voor de rol van de dorsomediale hypothalamische nucleus in het beïnvloeden van de hartslag door emoties.

De amygdala speelt een kritische rol bij het genereren van de autonome reacties op emotionele stress. De amygdala is de bron van excitatoire input naar de dorsomediale hypothalamus (DMH). De DMH is slechts een component in dit complexe circuit.

Naast dierstudies is er ook met fMRI gekeken bij mensen. Daarbij vond men een duidelijk relatie tussen het mesencephalon en potentiële pro-arrythmische veranderingen in de ventriculaire repolarisatie gedurende mentale stress. Er is een associatie waarneembaar tussen stress geïnduceerde plotselinge dood, waarbij lateralisatie van het mesencephalon en de centrale autonome reacties gedurende stress resulteren in een onevenwichtige activiteit van de rechter en linker cardiale sympatische zenuwvezels. Ook is er wetenschappelijk bewijs voor deactivatie van de hypothalamus en andere limbische structuren gedurende psychosociale stress, waarbij ook een verhoogd cortisol waargenomen is. Verondersteld wordt dat deze tonische inhiberende werking ontstaat via “top-down” modulatie vanuit corticale gebieden.

Deze studie is gericht op de pathogenese van stress gerelateerde cardiale arrythmie. Uit dierstudies en uit studies onder mensen is duidelijk geworden dat bij een ongebalanceerde autonome output naar het hart, vanuit links en rechts uit het mesencephalon, repolarisaties ontstaan die cardiale arrythmie kun laten ontstaan. Deze mogelijke dysbalans tussen het linker en rechter autonome zenuwstelsel vanuit het mesencephalon zou vanuit osteopatisch perspectief een aangrijpingspunt kunnen zijn om cardiale arrythmie te beïnvloeden.

 

Originele titel: Asymmetric sympathetic output: The dorsomedial hypothalamus as a potential link between emotional stress and cardiac arryhythmias.
Auteurs: Fontes, M.A.P., Filho, M.L., Santos Machado, N. L., De Paula, C.A., Souza Cordeiro, L.M., Xavier, C.H., Marins, F.R., Henderson, L., Macefield, V.G.
Verschenen in Autonomic Neuroscience, januari 2017.

 

 

Overig

Kunnen we het beroepsprofiel van de osteopaat wel plaatsen in een medisch kader?

Hoe kunnen we osteopathie verklaren aan het huidige medische wetenschappelijke kader?

De osteopathische manier van denken bestaat al bijna 200 jaar. Is het überhaupt wel mogelijk om het beroepsprofiel van de osteopathie te duiden in het medische kader?

Wat is aanraken? Is het slechts het bepalen van sensorische informatie, of gaat het dieper dan dat? Prof Tyreman noemt dieper voelen ‘haptic engagement’. Is dit voelen een representatie van de waarheid, gespiegeld aan je innerlijke bestaan? Het voelen van informatie is volgens Tyreman ‘conceptualiseren’ en daarom meer dan het bepalen van sensorische informatie. Volgens Tyreman is de uitdaging om het ‘invoelen in de patiënten’, wat ons vak typeert, te omschrijven, mee te geven aan studenten, en om hierover beter te communiceren naar andere (para)medici. Wat maakt dat osteopaten de innerlijke perceptie kunnen verbinden met de externe belevingen van onze patiënten? Wat zorgt ervoor dat door het aanraken en contact maken met onze patiënten, de patiënt een beeld krijgt van zijn belevingswereld? Hoe kunnen we verklaren wat we voelen?

Het probleem met wat osteopaten voelen, is dat het niet te vergelijken is met andere sensorische eigenschappen als bijvoorbeeld smaak en reuk. Het voelen van een object is werkelijk anders dan een wezen dat aan verandering onderhevig is. Wat bepaalt de dominantie en op basis waarvan? Voelen is subjectief, maar moet wel in een breder kader worden uitgelegd.

Een röntgenfoto kan een objectiever beeld geven van een bot in vergelijking met het voelen van een bot, maar het voelen van het bot geeft meer informatie over hoe het bot de omliggende structuren beïnvloedt. Reden genoeg om lichaam en geest als geheel te blijven zien.

 

Originele titel: How do we explain what we do? More from one of osteopathy’s foremost thinkers.
Auteur: Professor Stephen Tyreman.
Verschenen: Blog Osteofm.com, januari, 2017.

 

 

Verder verschenen

Welke artikelen verschenen er nog meer in de afgelopen periode? Bijgaand een overzicht met, waar mogelijk, links naar het gehele (niet vertaalde) artikel.

 

Biomechanisch (Fascia)

“Somatic dysfunction – Conceptually fascinating, but does it help us address health needs?

http://www.journalofosteopathicmedicine.com/article/S1746-0689(16)30113-4/fulltext?rss=yes

 

“Estimating the accuracy of muscle response testing: two randomised-order blinded studies”

http://bmccomplementalternmed.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12906-016-1416-2

 

“Randomised controlled pilot trial of high-velocity, low-amplitude manipulation

http://www.journalofosteopathicmedicine.com/article/S1746-0689(16)30118-3/fulltext?rss=yes

 

Effect of myofascial induction therapy on post-c-section scars, more than one and a half years old. Pilot study

http://www.bodyworkmovementtherapies.com/article/S1360-8592(16)30115-2/fulltext?elsca1=etoc&elsca2=email&elsca3=1360-8592_201701_21_1_&elsca4=Physical%20Medicine%20and%20Rehabilitation

 

Effect of MELT method on thoracolumbar connective tissue: The full study

http://www.bodyworkmovementtherapies.com/article/S1360-8592(16)30090-0/abstract

 

Experiences of intervertebral motion palpation in osteopathic practice

http://www.bodyworkmovementtherapies.com/article/S1360-8592(16)30088-2/abstract

 

Rugpijn of spierpijn van de kou is een fabeltje

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/11/geneeskunde-rugpijn-of-spierpijn-van-de-kou-is-een-fabeltje-6164376-a1540744

 

Circulatie (arterieel, veneus, lymfe)

Arterial hypertension in migraine: Role of familial history and cardiovascular phenotype (geen link)

 

Metabool (immunologisch, endocrien, nutriënten, bioenergetisch)

“Link found between antidepressant use and congenital anomalies or stillbirths”

https://www.sciencedaily.com/releases/2016/12/161202103505.htm

 

“Pathogen’s motility triggers immune response

https://www.sciencedaily.com/releases/2016/12/161201112554.htm

 

Gut microbe movements regulate host circadian rhythms”

https://www.sciencedaily.com/releases/2016/12/161201121135.htm

 

Neurologisch (autonoom, centraal en perifeer zenuwstelsel)

“Portions of the brain fall asleep and wake back up all the time”

https://www.sciencedaily.com/releases/2016/12/161202101326.htm

Asymmetric sympathetic output: the DM hypothalamus as a potential link between emotional stress and cardiac arrhythmias (geen link)

 

Sickening, gruelling or frightful: how doctors measure pain

https://www.theguardian.com/science/2017/jan/25/how-doctors-measure-pain

 

Psychotherapy with Somatosensory Stimulation for Endometriosis-Associated Pain: The Role of the Anterior Hippocampus. (geen link)

 

Biopsychosociaal

“No association between mother flu in pregnancy, increased child autism risk

https://www.sciencedaily.com/releases/2016/11/161128131702.htm

 

What Can fMRI Tell Us About Mental Illness?

http://blogs.discovermagazine.com/neuroskeptic/2017/01/14/fmri-mental-illness/#.WJr3JPnhBPY

 

How do we explain what we do? More from one of osteopathy’s foremost thinkers, Professor Stephen Tyreman

https://osteofm.com/2017/01/03/how-do-we-explain-what-we-do-further-thoughts-from-one-of-osteopathys-foremost-thinkers-professor-stephen-tyreman/

 

 

 

NVO
Janssoniuslaan 32
3528 AJ Utrecht