Nieuwsbrief De Osteopaat – juni 2017


SWOO-nieuwsbrief juni 2017

Lage rugklachten
Uit de Osteosurvey bleek dat veel patiënten bij ons komen vanwege lage rugklachten. In deze nieuwsbrief komen een aantal artikelen aan bod over technieken en lage rugpijn. Toch wil ik hier graag een kanttekening bij maken. Osteopatisch klinisch redeneren gaat verder dan de focus op technieken. Behandelen is maar een deel van ons vak. Het onderzoeken, het testen van allerlei functies, verbanden zien en dan weten wanneer wat toe te passen – dat maakt een osteopaat een bijzondere gezondheidswerker. Het effect hiervan blijkt nog weinig uit wetenschappelijke studies, omdat die zich vooral richten op kwantitatief onderzoek; op technieken en resultaten. Zaak voor ons dus om ook de andere kant van de osteopathie te belichten.
Veel leesplezier,

Sander Kales

 

Biomechanisch

Een RCT naar cervicale en hoog thoracale HVLA-manipulatietechnieken

Cervicale manipulaties worden regelmatig gebruikt in de osteopathische praktijk. Niet alle effecten zijn duidelijk, omdat in studies vaak tegenstrijdige uitkomsten gevonden worden ten opzichte van andere studies. Deze pilotstudie onderzoekt de effectiviteit van manipulatieve therapie op Range of Motion (ROM), EMG activatie en spierkracht.

Onderzoekers stelden drie groepen samen van telkens twaalf asymptomatische patiënten:
Groep 1 (AMC5) kreeg een willekeurige manipulatie, altijd op C5;
Groep 2 (MT) kreeg een specifieke manipulatie op een segment met een dysfunctie;
Groep 3 (ST) was de controlegroep.
Er werd een testprotocol gemaakt waarin de verschillende uitkomstmaten werden gemeten: ROM, kracht van de cervicale flexoren, EMG signaal op linker en rechter biceps. De ROM werd gemeten met een CROM. Isometrische cervicale flexie peakforce werd gemeten met een hand-held dynamometer. Diepe cervicale flexoren door een cranio-cervicale flexietest. Tot slot werd een EMG uitgevoerd op de sternocleidomatoidei, cervicale erector spinae en biceps brachii in rust en activiteit.
Nadat de interventie plaats vond, werd het testprotocol na 30 seconden herhaald. Er werd een mild effect gevonden op de cervicale peakforce in de MT groep. Een groot effect werd gevonden in de MT groep in ROM naar extensie en links rotatie. Voor de praktijk betekent dit dat een cervicale manipulatie niet altijd het gewenste effect kan hebben. Een zo specifiek mogelijke diagnose helpt de effectiviteit van de techniek te vergroten.

Titel: Randomised controlled pilot trial of high-velocity, low-amplitude manipulation
Auteurs: Xabier Galindez-Ibarbengoetxea, Igor Setuain, Miriam Gonzalez-Izal, Andoni Jauregi, Robinson Ramirez-Velez, Lars L. Andersen, Mikel Izquierdo.
Tijdschrift: International Journal of Osteopathic Medicine, 2016; 1-9.

 

Zelfhulp bij lage rugklachten werkt

Bij 22 vrijwilligers is gekeken naar de effecten van het behandelen van de lage rug door de patiënt zelf. Middels een echografie werd de fascia thoracolumbalis gemeten voor en na het zelf behandelen.

22 deelnemers met allen aspecifieke lage rugklachten die zeker 12 maanden aanwezig waren, werden voorafgaand aan de vierweekse testperiode voorgelicht en er werden metingen verricht. Scores werden vastgelegd middels een myoton (meet spanning van oppervlakkige spieren), flexibiliteit van de wervelkolom, een VAS (visuele scoring) en een echografie waarbij de dikte van de fascia thoracolumbalis maat was.
Resultaten na de vierweekse periode gezien middels echografie was een significante afname van perimusculaire en subcutane dikte. De myoton meting was significant voor ontspanningstijd. Voor tonus, stijfheid en elasticiteit werden geen significante resultaten gevonden. De flexibiliteit van de wervelkolom nam significant toe en de VAS nam af (start 4,4 naar 2,5). Advies aan patiënten met lage rugklachten kan dus worden uitgebreid met het zelf behandelen van de lage rug.

Originele titel: Effect of MELT method on thoracolumbar connective tissue
Auteur: Faria Sanjana, Hans Chaudhry, Thomas Findley.
Verschenen in: Journal of bodywork and movement studies, 2017.

 

Komt de pijn uit de rug, de heup of uit beiden?
Veel patiënten hebben lage rugpijn of liespijn met uitstraling naar een bil, de lies, het been of een combinatie daarvan. Vanwege de overlappende symptomen is het soms moeilijk te bepalen wat nu precies de oorzaak is.

Een goede anamnese is de basis voor een goede diagnose. In de regel wordt gesteld dat liesklachten bestaan ten gevolge van heupklachten en dat klachten in de bilstreek een gevolg zijn van lage rugklachten. Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken die de overlap van symptomen onderschrijven.
Waar artsen een beroep kunnen doen op hun radiologische collega’s, is het de kunst van de osteopaat om met een goede patiënt geschiedenis en onderzoek te komen tot een goede inschatting van de klacht van de patiënt.
Onderzoek toont aan dat de rugklachten bij een total hip procedure 12 weken na de operatie verdwijnen. Ander onderzoek bevestigt dat, maar bij 20% van de 174 patiënten die een total hip procedure ondergingen bij osteoartritis zonder lage rugpijn, ontstond een jaar later lage rugpijn.
Bij liesklachten veroorzaakt door een impingement kunnen er klachten ontstaan in de bil, lage rug, knie en het laterale bovenbeen.

Originele titel: Differentiating Hip Pathology From Lumbar Spine Pathology
Auteur: Aaron J. Buckland, Ryan Miyamoto, Rakesh D. Patel, James Slover, Afshin E. Razi.
Verschenen in: Journal of the American Academy, 2017.
Klik hier voor het pdf bestand

 

Bio-energetisch metabool

Microbiota bij pasgeborenen na keizersnede en vaginale bevalling
‘Baby’s worden bij voorkeur vaginaal geboren omwille van het contact met de vaginale flora’. Om deze stelling (al dan niet) te ondersteunen, werd een grote (cross-sectionele) cohorte studie uitgevoerd naar de microbiota ter hoogte van de neusgaten, de orale caviteit en het meconium bij baby’s op het moment van de geboorte en na zes weken.

Bij de geboorte zag men gelijkaardige microbiota op de verschillende lichaamsplaatsen en kleine (maar niet significante) verschillen tussen een vaginale geboorte of een keizersnede. Na zes weken merkte men een maturatieproces, en dus een differentiatie, op naar de voorlopers van het volwassen microbioom. Op deze leeftijd is er geen verschil meer tussen een vaginale geboorte en een keizersnede. Daarom stellen de onderzoekers dat het maturatieproces/de reorganisatie hoofdzakelijk gereguleerd wordt door de lichaamsplaatsen zelf en niet door het type geboorte.
De compositie van de microbiota wordt volgens deze studie beïnvloed door de moeder. Zij zelf, de placenta en het amnionvocht geven de flora door en deze bepalen de start van het kind, ongeacht de manier van geboorte. Het is dan ook van groot belang dat de moeder zo gezond mogelijk leeft en indien mogelijk begeleid wordt in haar dieet, glycemie en suppletie.

Originele titel: Maturation of the infant microbiome community structure and function across multiple body sites and in relation to mode of delivery
Auteur: Derrick M Chu, Jun Ma, Amanda L Prince, Kathleen M Antony, Maxim D Seferovic & Kjersti M Aagaard.
Verschenen in: Nature Medicine, maart 2017.

 

Metabolisme van het Chronisch Vermoeidheids Syndroom

De onderzoekers rapporteren in deze studie een afwijkende metabolische analyse die aanwezig is bij patiënten met myalgische encefalomyelitis (ME) of met het Chronische Vermoeidheids Syndroom (CFS), in vergelijking met een gezonde controlegroep.

Het maken van pathologische metabolische analyses is een groeiend gebied en van belang om relevante pathofysiologische of diagnostische aanwijzingen in complexe ziekten te krijgen zoals bij CFS. Het grote verschil dat in deze studie werd gevonden betreffende de metabolieten werd veroorzaakt door een afname van zowel de plasma sphingolipiden als de glycosphingolipiden bij patiënten met CFS. Sphingolipiden hebben een breed scala aan actie, en spelen een belangrijke rol in de signaaltransmissie en cel herkenning. Verstoringen in deze lipiden hebben een bijzondere invloed op neurale structuren.
Samenvattend is het noodzaak om bij metabole verstoringen rekening te houden met symptomen van neurale oorsprong die daarvan het gevolg kunnen zijn. Een kanttekening wel: onderzoekers geven zelf aan dat de selectie van patiënten en de statistische methoden voor dit onderzoek niet optimaal zijn geweest.

Originele titel: Metabolome of chronic fatique syndrome
Auteurs: Megan E. Roerinka,1, Ewald M. Bronkhorst, Jos W. M. van der Meera.
Verschenen in: Proceedings of the National Academy of Sciences of the United of America (PNAS), januari 2017.

 

Achterhoofdspier en oogbewegingen, is de relatie te meten?

Cervical vestibular evoked myogenic potential (cVEMP) is een gebruikelijke en gemakkelijke test om de vestibulospinale reflex te meten. Normaal worden cVEMP’s gemeten aan de ventrale zijde van de nek ter hoogte van de sternocleidomatoideus (SCM). Patiënten nemen een oncomfortabele houding in met het hoofd zodat de test kan worden uitgevoerd.

In deze studie werd er gekeken naar de test op een dorsale nekspier namelijk de splenius capitis (SPL) en werden de verkregen resultaten vergeleken met de resultaten van de SCM. Er werden tegelijkertijd metingen verricht aan zowel de SCM als de SPL bij 17 gezonde vrijwilligers. Het hoofd van de deelnemers werd geroteerd in staande, zittende en klinische houding.
In de staande positie was de SPL betrouwbaarheid van de SPL groter dan bij de SCM. Over het algemeen kan gesteld worden dat naast de SCM, de SPL een goede complementaire test is met betrekking tot cVEMP.

Originele titel: Splenius capitis is a reliable target for measuring cervical vestibular evoked myogenic potentials in adults
Auteurs: Aaron J. Camp, Chao Gu, Sharon L. Cushing, Karen A. Gordon and Brian D. Corneil.
Verschenen in: European Journal of Neuroscience (EJN), Volume 45, Issue 9, pages 1212–1223, May 2017.

 

Het microbioom wisselt bij patiënten met inflammatory bowel disease

Al eerder werd ontdekt dat er verschillen zijn in de bacteriën bij IBD patiënten ten opzichte van gezonde mensen, maar er werd niet eerder gekeken hoe dit evolueert in de tijd.

Al langer was bekend dat bij IBD patiënten gunstige bacteriën afnemen en dat ze vaak E. coli of enterobacteriaceae met zich meedragen, wat het microbioom minder stabiel maakt. In deze studie van de Örebro universiteit in Zweden werd 2 jaar lang stoelgangonderzoek gedaan bij 137 patiënten met IBD. Niet alleen werd gekeken welke bacteriën er aanwezig zijn, maar ook hoe ze variëren bij de verschillende symptomen. Deze studie laat zien dat het microbioom sterk kan fluctueren tijdens het ziektebeeld. Bij IBS patiënten kunnen bepaalde bacteriestammen soms bijna volledig weg zijn. Bij sommige patiënten is zelfs te zien dat de helft van het microbioom is verschoven naar niet gunstige bacteriën in slechts maanden tijd.
Opvallend is dat tijdens een exacerbatie er een verschuiving te zien is in het microbioom. Ook zagen de onderzoekers dat patiënten die steroïden kregen méér fluctuaties hadden dan patiënten die geen steroïden namen.
Het nut van dit onderzoek is vooral dat het IBD pathologieën vollediger maakt, patiënten kunnen beter worden gemonitord en de pathologie kan beter worden bijgehouden. Meer onderzoek is nodig om de werking van het microbioom volledig te begrijpen. In de toekomst zal hiermee kunnen worden gezien of medicatie aanslaat. Later nog kan dit hopelijk worden ingezet om immunosuppresoren te vermijden.

Originele titel: Dynamics of the human gut microbiome in inflammatory bowel disease
Auteurs: Jonas Halfvarson, Colin J. Brislawn, Regina Lamendella, Yoshiki Vázquez-Baeza, William A. Walters, Lisa M. Bramer, Mauro D’Amato, Ferdinando Bonfiglio, Daniel McDonald, Antonio Gonzalez, Erin E. McClure, Mitchell F. Dunklebarger, Rob Knight, Janet K. Jansson.
Verschenen in: Tijdschrift: Nature Microbiology, 2017; 2.

 

Neurologisch

Osteopathie bij het Syndroom van Isaac

Deze case study bespreekt het Syndroom van Isaac (neuromyotonie). Dit is een zeldzame neurologische aandoening met progressief verloop. Kenmerkend voor het Syndroom van Isaac, dat zowel bij kinderen als volwassenen voor komt, zijn progressieve stijfheid, chronische musculaire stijfheid, krampen, fasciculaties over het hele lichaam, tintelingen, het onvermogen spieren te ontspannen, hyperhydrosis en myokymia (onwillekeurige spierbewegingen die meestal op de huid worden weergegeven als continue golvende en rimpelende bewegingen).

De pathogenese is vermoedelijk auto-immuun, paraneoplastische syndromen (PNS), genetische predispositie of de blootstelling aan toxische stoffen. Ongeveer 15% van patiënten met het Syndroom van Isaac lijdt ook aan de Ziekte van Graves. De diagnose wordt gesteld via bloedonderzoek, EMG en aan de hand van symptomen.
De casus beschrijft een patiënt met het Syndroom van Isaac die osteopatische manipulatieve behandelingen ondergaat om de fasciale en craniale dysfuncties te stabiliseren en de hyperexcitabiliteit van het zenuwstelsel te verminderen. Dit resulteerde in een langdurige afname van zowel de myokymia als ook vermindering van zowel de ernst als de frequenties van de exacerbaties.

Originele titel: Osteopathic Manipulative Treatment in the Management of Isaacs Syndrome
Auteurs: Lisa K.T. Shanahan, Selena G.M. Raines, Rachel L. Coggins, Teanna Moore, Michael Carnes, Laura Griffin.
Verschenen in: The Journal of the American Osteopathic Association (JAOA), maart 2017.

 

Biopsychosociaal

Lage rugpijn geïnduceerd door weersveranderingen?

Het weer heeft invloed op pijnklachten, is een algemeen geloof. Weinig studies hebben de relatie onderzocht tussen weersveranderingen en de aanzet van lage rugpijn.

Ook in deze studie stelt men vast dat zowel neerslag, luchtdruk, windrichting, windsnelheid als vochtigheid geen invloed hebben op het begin van lage rugpijn. Dit zowel voor weersveranderingen gedurende één dag als over een langere periode. Gezien de overtuiging van vele patiënten dat beiden aan elkaar gelinkt zijn, concludeert men dat dit meer vertelt over de werking van de geest dan over die van het lichaam.

Originele titel: Acute low back pain? Do not blame the weather – A Case-Crossover Study
Auteur: Keira Beilken, BPhty, Mark J. Hancock, PhD, Chris G. Maher, PhD, Qiang Li, MBiostats, en Daniel Steffens, PhD.
Verschenen in: Pain Medicine 2016.

 

Gele of rode pigment aantrekkelijker?

Deze studie beschrijft een experimenteel onderzoek waarbij gekeken wordt of huid met gele en rode pigmenten bij blanke mannen als aantrekkelijker wordt beschouwd. Dit speelt wellicht een belangrijke rol in de seksuele selectie.

Carotenoïden zijn rode en gele plantaardige pigmenten die aanwezig zijn in groenten en fruit. Uit eerder onderzoek is gebleken dat vrouwen meer aangetrokken worden tot een kleurrijke mannelijke tegenhanger. Onderzoekers hebben aangetoond dat de carotenoïde-gebaseerde kleurstelling een signaal is van gezondheid, en geassocieerd wordt met anti-oxidante werking. Degene die tekenen van een goede gezondheid hebben in de natuur, hebben een grotere kans op overleving, grotere vruchtbaarheid en het verstrekken van genen die een goede gezondheid bevorderen bij nakomelingen.
De onderzoekers hebben gezocht naar een correlatie tussen de ‘signalen van gezondheid’ van de carotenoïden en de werkelijke gezondheid. De onderzoeksgroep bestond uit 43 heteroseksuele blanke mannen met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar. De controlegroep bestond uit 20 mannen. Foto’s van de deelnemers werden voor het onderzoek genomen om veranderingen in huidskleur te kunnen vastleggen. Tevens werden ze onderzocht op het niveau van oxidatieve stress, immuun functies en kwaliteit van sperma. De onderzoeksgroep kreeg 12 weken bètacaroteen of een placebo voorgeschreven. Na deze periode werden opnieuw foto’s genomen en ook de gezondheidstests werden herhaald. De mate van aantrekkelijkheid op de foto’s werd beoordeeld door 66 blanke vrouwelijke van gemiddeld 33 jaar.
Uit dit experimenteel onderzoek blijkt dat de gezichten van de mannen die betacaroteen hadden gekregen 50% meer kans hadden om als aantrekkelijk en gezonder te worden gekozen. Bèta-caroteenbehandeling heeft echter geen significante invloed gehad op de gezondheidsfuncties en op de feitelijke gezondheid. Uit verder onderzoek zal moeten blijken of de invloed van carotenoïde kleur ook effect heeft bij vrouwen. Kortom, men kan geen uitspraak doen over de feitelijke toestand van de gezondheid van blanke mannen bij het zien van de kleur van de huid.

Originele titel: The carotenoid beta-carotene enhances facial color, attractiveness and perceived health, but not actual health, in humans
Auteurs: Yong Zhi Foo, Gillian Rhodes, Leigh W. Simmons.
Verschenen in: Behavioral Ecology, februari 2017.

 

Verder verschenen:
Overzicht van recent verschenen onderzoeken

Biomechanisch (Fascia)
Effect of myofascial induction therapy on post-c-section scars, more than one and a half years old. Pilot study
http://www.bodyworkmovementtherapies.com/article/S1360-8592(16)30115-2/fulltext?elsca1=etoc&elsca2=email&elsca3=1360-8592_201701_21_1_&elsca4=Physical%20Medicine%20and%20Rehabilitation

Effect of MELT method on thoracolumbar connective tissue: The full study
http://www.bodyworkmovementtherapies.com/article/S1360-8592(16)30090-0/abstract?cc=y=

Experiences of intervertebral motion palpation in osteopathic practice
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1360859216300882

Splenius Capitis is a reliable target for measuring cervical vestibular evoked myogenic potentials in adults
http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/ejn.13536/abstract;jsessionid=2F1B7B3B424AB9A4481ADEB6A8BB3CF2.f03t01

Circulatie (arterieel, veneus, lymfe)
Arterial hypertension in migraine: Role of familial history and cardiovascular phenotype
Babayan, Laura, et al. “Arterial hypertension in migraine: Role of familial history and cardiovascular phenotype.” Autonomic Neuroscience 203 (2017): 103-107.

Asymmetric sympathetic output: the DM hypothalamus as a potential link between emotional stress and cardiac arrhythmias
GEEN LINK

Removal of ovaries during hysterectomy linked to increase in heart disease, cancer and premature death
GEEN LINK

Exploring the role of blood flow during cardiac events
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170213152515.htm
Osteopathic Manipulative Treatment in the Management of Isaacs Syndrome
http://jaoa.org/article.aspx?articleid=2607297

Metabool (immunologisch, endocrien, nutriënten, bioenergetisch)
Metabolome of chronic fatigue syndrome
http://www.pnas.org/content/114/6/E910.short?rss=1

Transporter of thyroid hormones is crucial for the embryonal development of the brain
GEEN LINK

Microbiomes more in flux in patients with inflammatory bowel disease
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170213131429.htm

Baby’s sex plays a role in pregnant woman’s immunity
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170210131226.htm

Pre-eclampsia deaths are avoidable
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170210130942.htm

Microbiota in 2016: Associating infection and incontinence with the female urinary microbiota
http://www.nature.com/nrurol/journal/v14/n2/full/nrurol.2016.262.html

Shortchanging a Baby’s Microbiome
https://blogs.scientificamerican.com/guest-blog/shortchanging-a-babys-microbiome/

Maturation of the infant microbiome community in relation to mode of delivery : Nature Medicine
http://www.nature.com/nm/journal/v23/n3/full/nm.4272.html

The shape of the microbiome in early life : Nature Medicine : Nature Research
http://www.nature.com/nm/journal/v23/n3/full/nm.4299.html

Neurologisch (autonoom, centraal en perifeer zenuwstelsel)
Left-right asymmetry of maturation rates in human embryonic neural development
GEEN LINK

Sickening, gruelling or frightful: how doctors measure pain
https://www.theguardian.com/science/2017/jan/25/how-doctors-measure-pain

Is the pain coming from your hip, spine or both?
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170206130408.htm

Biopsychosociaal
Psychotherapy with Somatosensory Stimulation for Endometriosis-Associated Pain: The Role of the Anterior Hippocampus
GEEN LINK

What Can fMRI Tell Us About Mental Illness?
GEEN LINK

People are attracted to outward signs of health, not actual health
https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170213131442.htm

Potential benefits of mindfulness during pregnancy on maternal autonomic nervous system function & infant development
http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/psyp.12782/epdf?r3_referer=wol&tracking_action=preview_click&show_checkout=1&purchase_referrer=onlinelibrary.wiley.com&purchase_site_license=LICENSE_DENIED_NO_CUSTOMER

NVO
Janssoniuslaan 32
3528 AJ Utrecht