Nieuwsbrief De Osteopaat – Juli 2019


SWOO nieuwsbrief juli 2019

Voorwoord

Van de 250 osteopaten die dit voorjaar het NVO-congres bezochten, vond tachtig procent dat ze goed kon uitleggen wat osteopathie doet. Maar bij de specifiekere vraag wat osteopathie bij PDS doet, wist nog maar twintig procent een concreet antwoord te formuleren. We gaan daarom in deze nieuwsbrief wederom in op etiologie. We hopen zo de klachten die effectief met osteopathie kunnen worden aangepakt steeds scherper te krijgen.
Veel leesplezier en een goede zomer.

Sander Kales

 

Biomechanisch

Krijg je het op je heupen van lage rugklachten?

Er is in deze systematic review zeer weinig bewijsmateriaal gevonden voor een verband tussen beperkte range-of-motion van de heup en aspecifieke lage rugklachten. Beperkte heup-rom was de enige bewegingsbeperking die significant werd geassocieerd met aspecifieke lage rugklachten, maar deze bevinding moet met de nodige voorzichtigheid worden bekeken. Het ondersteunende bewijsmateriaal is namelijk van lage kwaliteit. Verdere studies zijn nodig om tot afdoende bewijs te komen.

Originele titel: Is there an association between hip range of motion and nonspecific low back pain? A systematic review
Auteurs: M.A. Avman et al
Verschenen in: Muskuloskeletal Sciende and Practice, July 2019Volume 42, Pages 38–51

 

Fibroblasten verantwoordelijk voor artrose en reumatoïde artritis

Fibroblasten kunnen verantwoordelijk zijn voor artritis. Gerichte therapieën helpen het gedrag van fibroblasten veranderen, en ontsteking en weefselvernietiging bij deze twee ziekten verminderen. Zo kunnen eventuele protheses van gewrichten voorkomen worden, stellen de onderzoekers.

Dankzij technologische vooruitgang hebben ze nu voor het eerst kunnen vaststellen welke fibroblasten pathogeen zijn bij artritis en hoe ze bijdragen aan de ziekte. Belangrijk is dat ze door het wegwerken van deze fibroblasten uit het gewricht de influx van immuuncellen naar het gewricht konden verminderen. Dat leidde tot minder ontsteking en vernietiging. Ze gaan nu verder onderzoek doen met specifieke medicatie gericht op de fibroblasten.

Originele titel: Key link discovered between tissue cell type and different forms of arthritis
Auteurs: A. Croft et al
Verschenen in: University of Birmingham. ScienceDaily. ScienceDaily, 29 May 2019.

 

Circulatoir

Cerebrospinale vloeistofdynamica

De fijne balans tussen de secretie, samenstelling, volume en omzet van cerebrospinale vloeistof (CSF) is strikt gereguleerd. Bij bepaalde aandoeningen kan dit evenwicht echter verstoord raken. De exacte cellulaire, moleculaire en fysiologische mechanismen die bijdragen aan deze ziekten zijn tot nu toe slecht gedefinieerd. In een viertal onderzoeken is nader gekeken naar die verstoorde balans.

Het gaat daarbij om de traditionele opvattingen en concepten van CSF-uitscheiding, stroming en drainage. Aanleiding zijn recente bevindingen die suggereren dat er sprake is van meer complexe mechanismen van hersenvloeistofdynamica dan eerder werd gedacht. Daarnaast zijn de eiwitten die mogelijk betrokken zijn bij veranderde CSF-fysiologie tijdens een neurologische ziekte bestudeerd.

Eén studie keek naar het OMT-effect op de bloedstroom in de hersenen. Cerebrale perfusieveranderingen na een OMT-behandeling laten een significante verandering zien ten opzichte van de placebo groep.

Uit een ander onderzoek bleek dat CSF-dynamica gevoelig is voor verschillende respiratoire prestaties. De verschillende CSF-flowvolumes als reactie op diepe thoracale in vergelijking met abdominale ademhaling, weerspiegelen ogenblikkelijke aanpassingen van intrathoracale en intra-abdominale druk.

De traditionele aanpak bestaat uit farmacologische interventies of CSF-drainage om de intracraniale druk (ICP)-stijging te verminderen als gevolg van overproductie van CSF. Deze medicijnen worden echter alleen als tijdelijke oplossing gebruikt, vanwege hun ongewenste bijwerkingen. Nieuw gevonden bewijs suggereert nu dat andere middelen verder onderzoek verdienen.

Originele titel: Effect of extradural constriction on CSF flow in rat spinal cord
Auteurs: J.A. Berliner et al
Verschenen in: Fluids and Barriers of the CNS 2019

Cerebrospinal fluid dynamics and intracranial pressure elevation in neurological diseases
Auteurs: S.W. Bothwell et al.
Verschenen in: Fluids and Barriers of the CNS 2019

Spinal CSF flow in response to forced thoracic and abdominal respiration
Auteurs: G. Aktas et al
Verschenen in: Fluids and Barriers of the CNS 2019

Cerebral Perfusion Changes After Osteopathic Manipulative Treatment: A Randomized Manual Placebo-Controlled Trial.
Auteurs: F. Tamburella
Verschenen in: Front Physiology 2019; 10: 403.

 

Neurologisch

Bewijs voor de invloed van High Velocity Low Amplitude Techniques op het ANS

Homeostasis kan gedefinieerd worden als de stabiliteit van de fysiologische systemen die het lichaam in stand houden. Allostasis is het bereiken van fysiologische stabiliteit door een verandering in de homeostasis. Allostatische en homeostatische controle wordt uitgeoefend door het autonome zenuwstelsel (ANS) dat is geïntegreerd in het centrale zenuwstelsel (CNS). Een aandoening van het ANS kan invloed hebben op de homeostatische en allostatische processen, waardoor tijdelijke processen tijdens veranderingen van de omgeving verstoord raken.

Als deze systemen niet goed werken, kan dat leiden tot de ontwikkeling van systemische ziektes zoals hypertensie, falen van de baroreflex voor bloeddrukregulatie, diabetes type 2 of aantasting van het immuunsysteem en de inflammatoire processen. Daarnaast is aangetoond dat het ANS sterk gecorreleerd is met pijnbeleving.

HRV, heart rate variability, is een indirecte methode om een indicatie te krijgen van de toestand van het autonome zenuwstelsel. Heart Rate Variability is, zo schrijven de onderzoekers, een “niet-invasieve electrocardiografische marker die de activiteit van de sympathetische en vagale component van het ANS weergeeft op de sinusknoop van het hart. HRV geeft weer het totale aantal variaties in de intervallen tussen het QRS-complex.”

Reden voor dit onderzoek was om bewijs te vinden voor een neurologisch geïnduceerde respons van High Velocity Low Amplitude Techniques (HVLAT) op het ANS. Het onderzoek bij asymptomatische participanten gaf de onderzoekers de mogelijkheid om data te verzamelen die in toekomstig onderzoek gebruikt kunnen worden om het effect preciezer te bestuderen.

Vergeleken werden het directe effect van HVLAT op één van drie willekeurig gekozen thoracale segmenten op het ANS met een placebo-behandeling. De placebo-behandeling bestond uit de plaatsing van de open hand zodanig dat deze niet leidde tot een manipulatie, zoals beschreven door Cleland et al. 73 participanten namen deel aan het onderzoek. Participanten werden gerandomiseerd toegewezen in een enkel-geblindeerd onderzoek. Het resultaat van dit onderzoek suggereert dat thoracale OMT de ANS balans kan beïnvloeden en zorgen voor een toename in parasympatische activiteit.

Originele titel: Immediate effect of T2, T5, T11 thoracic spine manipulation of asymptomatic patient on autonomic nervous system response: Single-blind, parallel-arm controlled-group experiment.
Auteurs: Minarini, G. et al.
Verschenen in: International Journal of Osteopathic Medicine 30 (2018) 12–17.

 

Hoe verhouden tinnitus en PTSS zich tot elkaar?

Vijftig procent van de mensen met PTSS rapporteren last te hebben van tinnitus (versus 10%-15% van de algemene populatie). Tinnitus is geassocieerd met zowel cochleaire als centrale zenuwaandoeningen, waaronder limbische activatie.

Eerder onderzoek met nachtelijke slaapregistratie (poly-somnografie) van non-psychiatrische tinnitus patiënten liet een lager percentage rapid eye movement (REM)-slaap zien (6.4%±4.9%) ten opzichte van de controlegroep (21.5%±3.6%) (Attanasio, 2013). Daar bouwt dit onderzoek op voort.

Aan dit onderzoek deden 57 burgers met PTSS mee zonder voorgeschiedenis van hoofdletsel (52 vrouwen; leeftijd: 46.91±13.09 jaar). Zij ondergingen een nacht met niveau 3 poly-somnografie en vulden een aantal andere instrumenten in, waaronder de Functionele Tinnitus Index (TFI), een instrument dat zowel de ernst als de negatieve impact van tinnitus meet; de Pennebaker Inventory of Limbic Languidness (PILL), en de PTSS Checklist voor DSM-5 (PCL-5). 58 procent had last van tinnitus.

Tinnitus werd ook geassocieerd met de ernst van de PTSS. Vooral de groep PTSS patiënten die rapporteerden last te hebben van hyperactivatie, meldde ook vaak tinnitus te hebben. Een hogere aanvangsmeting van de REM-slaap was geassocieerd met een lagere angstconditionering, zodat een afname van de REM-slaap bij tinnitus patiënten een indicatie kan zijn voor een toename van de ernst van de PTSS.

Originele titel: Tinnitus Severity in Posttraumatic Stress Disorder (PTSD) is Directly Correlated With Hyperarousal and Inversely Correlated With Rapid Eye Movement (REM) Sleep Percentage and Duration
Auteurs: Gupta, M.
Verschenen in: Biological Psychiatry May 15, 2019: 85:S130 – S379, www.sobp.org/journal

 

Metabool

Het geheugen van ons DNA vastgelegd

Een cis-element of cis-regulatie-element is een regio van het DNA of RNA die de genexpressie reguleert en op hetzelfde chromosoom van het DNA ligt. Dit cis-element is vaak een bindingsplaats voor één of meer trans-regulatiefactoren. Cis-elementen die de transcriptie remmen worden silencers genoemd. Elementen die de transcriptie juist bevorderen heten enhancers. Deze cis-elementen, die nodig zijn voor de ontwikkeling, worden vervolgens geïnactiveerd. Het is vooralsnog onduidelijk of volwassen cellen een geheugen hebben voor onderdrukte embryonale versterkers.

De onderzoekers vonden cellen van volwassen muizen die hypogemethyleerd DNA bevatten: dat is een epigenetischproces waarbij een methylgroepaan cytosine in een CG-groep binnen het DNA-molecuulwordt toegevoegd. Hierdoor verandert de structuur van het DNA, dat dan anders afleesbaar is. Ze vonden een bijna compleet archief van weefselspecifieke ontwikkelingsversterkers, waarmee dit epigenetische geheugen kan worden terug gehaald.

Het is belangrijk om dit proces te doorgronden. Pluripotentie is een proces waardoor cellen zich ontwikkelen tot een bepaald weefsel, waarna deze ontwikkeling stopt maar de cel de mogelijkheid heeft om door een bepaalde prikkel weer verder te gaan delen/ontwikkelen. Geïnduceerde pluripotentie in somatische cellen betekent een omkering van de ontwikkeling van een weefsel. De herprogrammering kan resten bevatten van de herkomst van de originele cel. Kankersoorten bijvoorbeeld, reactiveren geselecteerde foetale genen. In cellen bij volwassenen is het DNA bij sommige embryonale versterkers hypo-gemethyleerd.

Originele titel: Extensive Recovery of Embryonic Enhancer and Gene Memory Stored in Hypomethylated Enhancer DNA
Auteurs: Jadhav, U. et al.
Verschenen in: Molecular Cell 74, 2019, 542–554.

 

Invloed van pathofysiologische factoren op de ernst van IBS-symptomen

De onderzoekers bekeken of pathofysiologische veranderingen geassocieerd met IBS een cumulatief of een onafhankelijk effect hadden op patient-reported outcomes (PROs). Er werd een retrospectieve analyse gedaan van de data van 3 cohorten van patiënten met IBS (n = 407; 74% vrouw; gemiddelde leeftijd van 36 ± 12 jaar). Zij waren onderzocht op een gespecialiseerde afdeling voor functionele gastro-intestinale problemen in Zweden, in de jaren 2002 tot en met 2014.

Alle patiënten werden onderzocht op colon passage tijd, compliance (aanpassingsvermogen van het rectum), allodynia (centrale pijnsensitisatie), en hyperalgesie (verhoogde gevoeligheid); en angst en depressie (middels de Ziekenhuis Angst en Depressie schaal) als pathofysiologische factoren. Dysfunctie werd gedefinieerd op basis van aanwezige normaalwaarden. PROs omvatten ernst van IBS-symptomen, somatische symptoom ernst, en ziekte-specifieke kwaliteit van leven (QoL).

Allodynia werd gezien in 36% van de patiënten, hyperalgesie in 22%, versnelde colon transit in 18%, vertraagde transit in 7%, angst in 52%, en depressie in 24%. Elk van deze factoren was geassocieerd met de ernst van minimaal 1 IBS-symptoom. Het aanpassingsvermogen van het rectum stond los van een toename in de ernst van IBS-symptomen.

Minstens 3 pathofysiologische factoren waren aanwezig bij 20% van de patiënten, 2 in 30%, 1 in 31%, en geen in 18%. Bij toename van het aantal pathofysiologische factoren was er een geleidelijke toename in de ernst van IBS-symptomen en somatische symptoom ernst, en een geleidelijke afname in de kwaliteit van leven score.

Conclusie: Viscerale hypersensitiviteit, abnormale colon passage tijd, en psychologische factoren zijn allen geassocieerd met IBS. Deze factoren hebben een cumulatief effect op gastro-intestinale en nongastro-intestinale symptomen, evenals op kwaliteit van leven, en zijn dus relevante behandeldoelen.

Originele titel: Cumulative Effects of Psychologic Distress, Visceral Hypersensitivity, and Abnormal Transit on Patient-reported Outcomes in Irritable Bowel Syndrome.
Auteurs: Simrén, M. et al.
Verschenen in: Gastroenterology, 2019, article in press.

 

De invloed van de schildklier op de ernst van endometriose

Endometriose is een gynaecologische aandoening waarvan de fysiopathologie nog niet goed bekend is. Endometriose wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van ectopische endometriale cellen buiten de uteriene holte. Een schildklier auto-immuunziekte verergerd endometriose.

Transcripties en proteïnen die deel uitmaken van het metabolisme van de schildklier zijn ontregeld in het eutopisch en ectopisch endometrium van endometriose patiënten. Het thyroid-stimulerend hormoon (TSH) functioneert als een toename stimulerend en pro-oxidatief hormoon op alle endometria bij endometriose patiënten en de controlegroep, waar de schildklierhormonen T3 en T4 specifiek de toename van ectopische endometriale celgroei beïnvloeden.

Onderzoeken bij muizen bevestigen data verkregen uit in vitro onderzoeken, waarbij endometriotische implantaten groter werden als de concentratie van TSH toenam. Een retrospectieve analyse van endometriose patiënten met of zonder een schildklieraandoening liet een toename zien in chronische bekkenpijn en ziekte score. Bij de behandeling van vrouwen met endometriose moet dus rekening gehouden worden met schildklierfunctie en thyroid hormoon medicatie.

Originele titel: Role of thyroid dysimmunity and thyroid hormones in endometriosis
Auteurs: Peyneau, M. et al.
Verschenen in: PNAS, June 11, 2019, vol. 116, no. 24; 11894–11899

 

Metabool

Rusteloze benen en darmen

Dit ijzertekort kan met een bacteriële overgroei in de dunne darm (Small Intestinal Bacterial Overgrowth oftwel SIBO) te maken hebben, waardoor er een verminderde ijzeropname is.

Daniel Jin Blum en zijn groep bij het Stanford Center for Sleep Sciences and Medicine hebben 7 mensen (3 mannen en 4 vrouwen) met restless legs onderzocht op hun darm microbioom via faeces en ademtests (waterstof en methaan).

De auteurs concluderen dat SIBO aanwezig was bij alle 7 deelnemers van deze cohortstudie. Hiermee leggen zij de link naar ijzertekort en vervolgens naar rusteloze benen. Alle proefpersonen waren ook opgenomen in het slaapcentrum, waarbij de relatie tussen slecht slapen en SIBO gelegd kon worden.

Voor osteopaten is het verband tussen darmen, ijzer, brein en rusteloze benen interessant om te bestuderen. Maar deze kleine cohortstudie levert nu nog vooral veel aannames op.

Originele titel: Restless Leg Syndrome: Does It Start With A Gut Feeling?
Auteurs: Daniel J Blum, Emmanuel During, Fiona Barwick, Polina Davidenko, Jamie M Zeitzer,
Verschenen in: Sleep, Volume 42, Issue Supplement 1, April 2019, Page A4, https://doi.org/10.1093/sleep/zsz067.008

 

Biopsychosociaal

Waar het hart vol van is, stroomt het hoofd van over

Hersenpatronen van de thalamus en amygdala (belangrijke gebieden voor angst en pijn) blijken synchroon te gaan met de dynamiek van het hart. Hart (lichaam) en brein kunnen dus niet los van elkaar gezien worden. Meer lichaamsbewustzijn creëert dan ook meer bewustzijn van emoties, men wordt meer interoceptief.

Hartslagen worden door Dr. Sarah Garfinkel van de Universiteit van Sussex gebruikt om interoceptie te meten. Dat wil zeggen: het vermogen van een organisme om prikkels vanuit het eigen lichaam waar te nemen.Zij vond bij mensen met autisme een verminderd vermogen om hun hartslag waar te nemen. Bij mensen met angst is juist het probleem dat een versnelde hartslag niet aan een emotie gekoppeld kan worden, en dus louter als onrust ervaren wordt.

In 2014 onderzocht Garfinkel of mensen angst in gezichten anders waarnemen bij een systole of een diastole. Er bleek een grotere prikkeling te zijn van de amygdala (en dus meer angst te worden ervaren) bij een systole. In 2017 vond Ruben Azevedo van de University van London al dat rassenhaat sterker was bij een systole.

Uiteindelijk concludeert de auteur van dit stuk, Rania Hanna, dat interoceptie en lichaamswaarneming te trainen is. Daarmee is ook empathie te ontwikkelen.

Originele titel: Cool Head, Open Heart: How Bodily Awareness Increases Empathy
Auteurs: Rania Hanna
Verschenen in: https://brainworldmagazine.com/cool-head-open-heart-how-bodily-awareness-increases-empathy/

 

Tevreden patiënten bij de osteopaat

Van de 4400 patiënten die bij de Osteopathie “Teaching Clinic” in Melbourne kwamen, kregen 105 (2.3%) een Short Assessment Patient Satisfaction (SAPS) formulier en een Patient Perception Measure Osteopathy PPM-O. 68 patiënten vulden die volledig in (1.5%). Het merendeel van de patiënten is vrouw (60%, overeenstemmend met het landelijk gemiddelde). De meest behandelde regio’s zijn nek, rug en onderste extremiteit, met name de knie.

De patiënten waren tevreden en men ervaarde dat het hele lichaam behandeld werd. Wel werden osteopatische principes te weinig uitgelegd, waardoor patiënten het onderscheid met andere manuele therapieën niet duidelijk konden maken.

Wanneer de behandelreeks langer duurde, ging men steeds meer ervaren dat er minder grondig onderzocht werd en dat men minder respect van de osteopaat kreeg. Dit heeft duidelijk implicaties voor chronische klachten. Een vaag behandeleffect of vermoeidheid na de behandeling werd als negatief ervaren, indien dit niet van tevoren was vermeld.

Originele titel: Patient satisfaction and perception of treatment in a student-led osteopathy teaching clinic: Evaluating questionnaire dimensionality and internal structure, and outcomes.
Auteurs: Vaughan, B., Burns, C., Burridge, L., Wigger, J., Blair, S., & Mulcahy, J.
Verschenen in: International Journal of Osteopathic Medicine, (2019), 31, 21-27