Nieuwsbrief De Osteopaat – april 2020


Nieuwsbrief april 2020

Voorwoord

Deze nieuwsbrief staat, hoe kan het ook anders, geheel in het teken van het coronavirus oftewel COVID-19. Het heeft als doel om de osteopathische behandeling na doorgemaakte bovenste luchtweg-  of buikinfectie te ondersteunen. Daarnaast is deze review bedoeld om de mogelijkheden van een preventieve osteopathische aanpak te onderzoeken. We hebben daarvoor een selectie gemaakt uit alle relevante onderzoeken.

Sander Kales

 

Wat is dit virus?

Wat is er nu bekend over het coronavirus, als we afgaan op algemene en wetenschappelijke bronnen?

Een virus is een eiwit (RNA) met een beschermende vetlaag, waardoor het opgenomen wordt in de mucosa van neus, ogen of longen. Elk virus gedraagt zich als een parasiet, met als doel om zich te vermenigvuldigen. Dat doet een virus door een cel van een gastheer binnen te dringen en genetisch materiaal in deze cel los te laten. Vervolgens kan het virus eiwitten oppikken en zich vermenigvuldigen. Er kunnen duizenden virusdeeltjes worden gemaakt in een cel en daardoor wordt een cel zo zwaar beschadigd dat deze uiteindelijk doodgaat. Hoe meer cellen beschadigd worden, hoe zieker iemand wordt (Alphens.nl, 2020).

Aanvankelijk werd het huidige virus het coronavirus genoemd. De WHO heeft het nu geduid als Severe Acute Respiratory Syndrome Corona Virus 2 ofwel SARS-CoV-2. Dit veroorzaakt COVID-19 (RIVM, 2020). Het virus is een positief sense single strand RNA virus. Het virus lijkt op SARS uit 2003, de SARS-CoV-1. Het Middle East Respiratory Syndrome (MERS) werd in 2012 veroorzaakt door de MERS-CoV, ook een corona virus. Beide virussen zijn zoönotisch (springen van dier over op mens). Het SARS-CoV-2 haakt aan op de ACE2 enzym receptoren. Inmiddels is duidelijk dat het innemen van Renine-Angiotensine System blockers (RAAS) of ACE remmers niet direct leidt tot een toename van vatbaarheid (Vaduganathan, 2020). Stikstofoxide (NO) en Ceramiden (vetten) bevorderen de opname van het virus (Donatini, 2020).

Gevolg van een infectie

Het slijmvlies in de longblaasjes verdikt, waardoor het lastiger wordt voor de longen om zuurstof door het dunne membraan van de blaasjes in de bloedbaan te krijgen. De verdikking treedt mede op door het stilvallen van de cilia, zelfs al 96 uur na inoculatie (Zhu 2020). Bovendien vullen de longblaasjes zich met vocht en pus omdat de pneumocyten type 2 viraal aangevallen worden. De patiënt krijgt het benauwd en gaat steeds sneller ademen. Dit is het standaardproces bij alle virale longontstekingen die uit de hand lopen.

Door het nieuwe coronavirus wordt circa 80 procent van de besmette mensen niet of nauwelijks ziek en herstelt vanzelf. De overige 20 procent wordt behoorlijk ziek. Symptomen zijn onder meer droge hoest, benauwdheid, niezen en koorts. Een grote groep herstelt alsnog na vijf of zeven dagen, maar een fractie verslechtert plotseling om nog onbekende redenen. Zij ontwikkelen dan een Corona Virus Infected Pneumonia (CVIP) ook wel SARS-CoV-2 pneumonie genoemd (Zhu 2020).

Ze moeten alsnog naar het ziekenhuis en als ze daar al lagen, komen ze op de intensive care (IC) terecht, meestal met een “hypoxemic respiratory failure”, met lage lymphocyten en trombocyten waardes. Een reden voor de plotselinge verslechtering zou kunnen zijn dat de immunologische reactie na een paar dagen opnieuw op gang komt. De inflammatie in de longen, met oedeem, zou dan ook toenemen, terwijl het virus al niet meer te detecteren is. Onderzoek laat zien dat de patiënten die naar de IC gaan vaak onderliggende aandoeningen hebben, variërend van hart-bloedvat problematiek, diabetes, darmproblematiek of obesitas. Een andere reden kan zijn dat het immuunsysteem het virus niet op tijd weet af te remmen of onder controle te krijgen. Het zou ook een combinatie van bovenstaande redenen kunnen zijn. Ten slotte kunnen er ook complicaties optreden. Er kan bijvoorbeeld een bacteriële longinfectie over de virusaanval heen komen.

Het afweersysteem begint het virus te bestrijden door de longen te overspoelen met immuuncellen, die de beschadigde cellen opruimen en het longweefsel repareren. Als alles naar behoren werkt, is dit ontstekingsproces nauwgezet en beperkt tot de besmette weefsels. Maar soms is de immuunrespons zo groot dat ook gezonde cellen worden verwoest: de zogenaamde cytokine storm. Door deze heftige immuunrespons krijgt men dus te maken met méér in plaats van minder schade. Nog meer afvalstoffen hopen zich op in de longen en de longontsteking wordt erger.

Derde fase

In de derde fase verergert de longontsteking nog verder, wat kan leiden tot respiratoire insufficiëntie. Ook als de patiënt hierdoor niet overlijdt, kan de schade aan de longen onherstelbaar zijn. Volgens de World Health Organisatie (WHO) leidde SARS tot het ontstaan van gaten in de longen, waardoor ze een “honingraatvormige aanblik” kregen, en het lijkt erop dat dit patroon ook bij patiënten van het nieuwe coronavirus te zien is.

De gaten ontstaan waarschijnlijk door hyperreactiviteit van het immuunsysteem, wat tot de vorming van littekenweefsel en een verstijving van de longen leidt. In dat geval moet de patiënt doorgaans aan de beademing. Intussen worden de membranen tussen de longblaasjes en de bloedvaten steeds poreuzer, waardoor de blaasjes zich met vocht kunnen vullen en de bloedbaan niet langer van zuurstof voorzien. In zeer ernstige gevallen verdrinken de longen en kan de patiënt niet meer ademhalen. Dit kan leiden tot macrofagen die bloedcellen vernietigen, wat resulteert in Meervoudig Orgaan Falen, of hartfalen, waardoor men komt te overlijden.


Hoe besmettelijk is SARS-CoV-2?

Het reproductienummer van een infectie wordt aangeduid met R0. R0 geldt indien iemand niet gevaccineerd is, de ziekte eerder heeft gehad en wanneer er nog geen manier is om de infectie te beperken. Bij een R0 van onder de 1 zal iedere geïnfecteerde minder dan één ander aansteken. Boven de 1 zal iedere geïnfecteerde meerdere mensen aansteken. SARS-CoV-2 heeft een R0 tussen de 2-4 (mazelen is 18).

Wat is de incubatie en besmettelijke tijd?

Er is een incubatietijd van 1-14 dagen waarin er geen ziekte verschijnselen zijn. Er wordt hier een doorsnede genomen: 5 dagen is het gemiddelde, het RIVM hanteert 14 dagen voor de veiligheid. Veel mensen herstellen pas na een paar weken, ook hier wordt een doorsnede genomen: 2 weken. Daarnaast zijn ook asymptomatische mensen (mensen die dus geen symptomen hebben maar wel drager zijn) besmettelijk voor anderen. Dat betekent dat er een besmettelijke periode is van tussen de 1 en 30 dagen. Tijdens de incubatie en ziekte/symptomatische periode kun je het virus overdragen op anderen via de lucht of ontlasting. Vandaar de anderhalve meter regel.

 

 

 


(Sander Kales)

Referenties:
Fysiotherapie na COVID-19 (2020)
Referenties die elders in deze nieuwsbrief staan

Welke osteopathische technieken helpen? 

Het falen van het lymfestelsel is betrokken bij de pathogenese van verschillende infectieuze en inflammatoire ziekten. Interventies die de lymfecirculatie verbeteren, zoals osteopathische lymfatische technieken (LPT), zouden dus moeten helpen bij het behandelen van deze ziekten.

Door de recirculatie van weefselvloeistof te bevorderen, behoudt het lymfestelsel de gezondheid van het weefsel, helpt het bij de opname van gastro-intestinale lipiden en ondersteunt het de immuun bewaking. Vier studies keken naar behandeltechnieken met betrekking tot longaandoeningen.

Het doel van de studie van Castillo et al (2018) was om te bepalen of mobiliseren tijdens lymfatische pomptechnieken (LPT) de functie van macrofagen in vitro zou veranderen in de thoracale lymfatische ductus (TDL). Lymfatische pompbehandeling verhoogde de TDL-stroom en de eiwitstroom in TDL significant (P <.001). Na kweek was de levensvatbaarheid van macrofagen ongeveer 90%. De herverdeling van beschermende lymfe tijdens LPT kan bewijs opleveren voor het klinische gebruik van LPT om ontstekingen te verminderen en oedeem te behandelen.

LPT is effectief

De studie van Schander et al (2013) meet de effecten van herhaalde LPT op de lymfestroom, lymfleukocyten aantallen en inflammatoire mediatorconcentraties in de thoracale lymfatische ductus. De LPT is tweemaal uitgevoerd met tussenposes van 2 uur. Hieruit kon geconcludeerd worden dat LPT met een snelheid van 1 pomp per seconde voor een totaal van 4 minuten elke 2 uur kan worden toegepast, wat een wetenschappelijke reden geeft voor het gebruik van LPT om het lymfatische en immuunsysteem herhaaldelijk te versterken.

Vier technieken

Yao et al (2014) onderzochten effectieve behandelmethodes bij longontsteking. Ze keken speciaal naar technieken die gericht zijn op autonomie, lymfedrainage en mobiliteit van ribbenkasten: 1) Rib expiratie, 2) Thoracale pomp techniek, 3) Doming van het thoracale diafragma en 4) Muscle Energy Technique (MET) voor rib 1.

Rib Raising Technique vergroot de lymfatische stroming door de inspiratie en expiratie te verbeteren en de orthosympatische invloed te verminderen. Overmatige autonome innervatie vermindert de mobiliteit van de borstwand, door het genereren van hypertonie van de omliggende musculatuur en het verhogen van de intra-abdominale druk. Aangezien de lymfatische stroming afhankelijk is van druk die wordt gegenereerd door adequate inspiratie en expiratie, kan hypertonie van de omliggende musculatuur een belemmering vormen voor lymfedrainage.

De thoracale pomptechniek verhoogt de stroom van lymfe en andere immuuncellen door een ritmische, fasciale compressie van de lymfe en het regionaal lymfeweefsel, vooral ter hoogte van de thoracale ductus.

De doming techniek van de thoracale diafragma omvat manipulatie van het thoracale diafragma, en is betrokken is bij ademhaling, bloedcirculatie en lymfestroom. Een hypertonie van het diafragma kan een belemmering vorming bij de lymfatische stroom van de cisterna-chili. De doming techniek vermindert indirect de hypertonie, en als gevolg daarvan zal een normale lymfestroom terugkeren.

Een MET techniek kan helpen bij het bevorderen van de lymfestroom door middel van een betere expiratie, zoals eerder werd genoemd. Daarnaast kunnen myofasciale beperkingen in het claviculaire gebied, zoals scalenie hypertrofie of spasmen, de drainage van lymfevaten op weg naar subclavia-vaten belemmeren. Het wegnemen van deze hypertonie/spamses kan een verbetering geven in lymfestroom.

Kortere ziekenshuisopname

De studie van Noll et al. (2016) tot slot analyseerde de verblijfsduur in het ziekenhuis, beademingsafhankelijkheid, ademhalingsfalen en sterftecijfer in het ziekenhuis. De OMT omvatte zachte thoracolumbale technieken, rib raising techniek, doming van het diafragma, zachte cervicale technieken, suboccipitale decompressie, thoracic inlet, thoracale lymfepomp en pedaalpomp. Aanvullende osteopathie (OMT) voor longontsteking verkortte de verblijfsduur bij volwassenen van 50 tot 74 jaar en verlaagde het sterftecijfer bij volwassenen van 75 jaar en ouder. Aanvullende OMT kan ook de verblijfsduur in het ziekenhuis en het sterftecijfer verminderen bij oudere volwassenen met ernstige longontsteking. Deze Randomized Control Trial is op dit moment de best beschikbare studie naar technieken voor het lymfe systeem. (Nadi Blokhuis)

Referenties

 

Experimenteel onderzoek naar lymfatische pomptechnieken

Klinische studies tonen aan dat osteopathische lymfatische pomptechnieken (LPT) de antilichaamrespons op bacteriële vaccins verbetert, de hoestduur bij patiënten met luchtwegaandoeningen verkort en de duur van intraveneuze antibioticatherapie en ziekenhuisopname bij patiënten met longontsteking verkort.

Lymfatische pomptechnieken kunnen worden aangebracht op de borstkas (thoracale pomp), buik (buikpomp), voeten en benen (pedaalpomp) en de gebieden van de milt en lever. Lymfatische pomptechnieken (LPT) bestaan doorgaans uit handmatige compressies van een specifiek lichaamsgebied met een snelheid van 20-30 compressies per minuut gedurende 2-5 minuten, aldus Hodge et al (2011), na onderzoek bij ratten.

Pas recentelijk hebben experimenten aangetoond dat deze LPT-procedures bij ratten en honden de lymfestroom verhogen. Bovendien laten dierproeven zien dat LPT ook de concentratie van leukocyten in de lymfe verhoogt. LPT stimuleert de mobilisatie van Gut-associated lymphoid tissue (GALT) afkomstige leukocyten in de lymfecirculatie en de afgifte van leukocyten uit mesenteriale lymfeklieren. Deze experimentele observaties ondersteunen bevindingen dat LPT een waardevolle aanvullende therapie is voor infectieziekten, waaronder influenza en longontsteking.

Immuunsysteem

Het doel van de studie van Creasy et al (2013) was om vast te stellen of de thoracale pomp techniek of abdominale pomp techniek Streptococcus pneumonie-kolonievormende eenheden in de longen van ratten met acute longontsteking zouden verminderen. In deze studie is gevonden dat zowel de LPT van de borst als de buik de S. pneumoniae-bacteriën in de longen significant verminderde. Hoewel ze in de studie van Creasy et al. (2013) het mechanisme dat verantwoordelijk is voor deze bescherming niet hebben geïdentificeerd, toonden eerdere studies aan dat LPT de opname van interstitiële antigenen bevordert, de lymfestroom van de thoracale kanalen verbetert, de concentratie van leukocyten in de thoracale en mesenterische lymfe verhoogt en de flux van inflammatoire mediatoren in de lymfe verbetert. Door de lymfedrainage van pathogenen of antigenen te verbeteren, kan LPT de activering van specifieke lymfocyten in secundaire lymfoïde weefsels vergemakkelijken. Bovendien kan LPT, door leukocyten en ontstekingsmediatoren in de lymfecirculatie te verhogen, het samenbrengen van leukocyten met pathogenen vergemakkelijken en de immuniteit versterken. Beide mechanismen kunnen mogelijk de immuniteit tegen infectieziekten versterken.

Daarnaast kan LPT ook de longfunctie ondersteunen. Het kan steun bieden bij het klaren van de tracheobronchiale weefsels, het verhoogde de sputumproductie en verkortte de hoestduur bij patiënten met een lagere luchtwegaandoening. De gegevens suggereren dat LPT kan beschermen tegen longontsteking door de bacteriegroei in de long te remmen. Er zijn echter nog verschillende vragen onbeantwoord:

– Verbetert LPT de longimmuniteit door lymfecellen en ontstekingsmediatoren naar de longen te herverdelen?

– Verbetert LPT de afgifte van farmaceutische middelen van de lymfe of het bloed naar de longen?

– Of verbetert LPT de longfunctie?

Zodra deze mechanismen zijn begrepen, kan LPT optimaal worden toegepast op patiënten met longontsteking, wat de morbiditeit, mortaliteit en ziekenhuisopname aanzienlijk kan verminderen.

(Nadi Blokhuis)

Referenties

 

Werkt osteopathie tegen COVID-19?

Hruby beschrijft in zijn artikel de behandelmogelijkheden voor de osteopaat in het kader van het vogelgriepvirus. Door COVID-19 is dit artikel weer zeer actueel. Hij maakt in het artikel een vergelijking met de Spaanse griep van 1918-1919, toen er bijna 40 miljoen doden vielen.

De American Osteopathic Association verzamelde retrospectief data na de influenza pandemie en suggereerden dat osteopathische artsen (DO), gebruikmakend van hun specifieke osteopathische manipulatieve behandeling (OMT), een significant lagere morbiditeit en mortaliteit zagen onder hun patiënten, vergeleken met de standaard medische behandelingen van allopathische artsen (MD) in die tijd. Het ligt dus voor de hand dat OMT onderdeel zou kunnen uitmaken van de behandeling van post-COVID patiënten. Overigens kleine kanttekening: osteopaten zagen minder sterfte in hun praktijk, maar er was ook sowieso minder sterfte in hun regio.

Het artikel beschrijft de evidence base voor de inclusie van OMT als onderdeel van de behandeling van influenza, en beschrijft een aantal specifieke OMT behandeltechnieken voor influenza patiënten. De evidentie ondersteunt het gebruik van OMT technieken die ook in 1918 tijdens de Spaanse griep werden toegepast. Het onderzoek base beschrijft OMT procedures die een positief effect hebben op het immuunsysteem en de arteriële, veneuze en lymfatische circulatie. Met name lever, milt en lymfatische pomptechnieken lieten een positief effect zien. Andere gebruikte technieken waren de Chapman reflexpunten voor de longen, die eerder hun nut bewezen hebben bij patiënten met een longontsteking.

Hruby adviseert nog om de volgende voorzorgsmaatregelen te nemen als je patiënten met post-COVID-19 behandelt:

  • Wees bekend met de klinische karakteristieken van COVID-19;
  • Zorg dat je een plan van aanpak hebt voor de behandeling van post-COVID-19 patiënten;
  • Voer die OMT procedures uit die een positief effect kunnen hebben op post-COVID-19 patiënten.

(Joppe ten Brink)

referenties

 

Reacties op onderzoek van Hruby en Hoffman

Het onderzoek van Hruby en Hoffman uit 2007 gaf een aanzet tot vervolgonderzoek. Wat zijn nu de mogelijkheden van osteopathie bij infectieziekten van de luchtwegen? Is er al een wetenschappelijke basis waar we op verder kunnen bouwen?

De komst van het virus SARS-CoV-2 zet osteopaten wereldwijd aan het denken. Wat zijn onze mogelijkheden en welke wetenschappelijke basis ligt er al? Sanderlin et al (2007) zijn één van velen geweest die het artikel van Hruby en Hoffman over osteopathie bij de pandemische griep van 1918-1919 (zie artikel hierboven) hebben geanalyseerd. Zij stellen daarbij drie vragen. Ten eerste wat de betrouwbaarheid is van het bewijs dat osteopathisch ingrijpen voor minder sterfgevallen zorgde bij de pandemie in 1918-1919 ten opzichte van de conventionele geneeskunde. De validiteit van de causale relatie van het aantal sterftegevallen kunnen zij niet vinden, vanwege het feit dat het onduidelijk is of de patiëntengroepen wel vergelijkbaar waren. Ten tweede is er bij het ontstaan van een pandemie altijd onbekendheid over het betreffende virus, de besmettelijkheid en de virulentie, vanwege mogelijke mutaties. Ten derde vinden ze te weinig bewijs voor het gebruik van osteopathie bij luchtweginfecties. Sanderlin et al. vinden dat er meer wetenschappelijk onderzoek nodig is en dat een goede planning en organisatie van de gezondheidzorg noodzakelijk is, om op grote schaal osteopathische behandelingen voor te kunnen stellen gedurende een pandemische griepgolf.

Gerandomiseerd trial

Noll et al. (2010) hebben in het verlengde hiervan een dubbelblind gerandomiseerde controlled trial (RTC) gedaan en het effect onderzocht van osteopathie als aanvullende behandeling bij 406 gehospitaliseerde patiënten met pneumonie. Zij verdeelden hun onderzoekspopulatie over drie condities: alleen conventionele therapie, een sham-groep met daarnaast “light-touch” therapie en een derde onderzoeksgroep met aanvullend twee keer per dag 15 minuten osteopathie. De osteopatische behandeling bestond uit: thoracolumbale “soft tissue”-technieken, rib raising, doming van het diafragma met myofasciale release, soft tissue technieken cervicaal, suboccipitale decompressie, “thoracic inlet”-behandeling met myofasciale release en lymfatische pomptechnieken. De lengte van de ziekenhuisopname was significant korter, de duur van antibioticagebruik daalde en ook de incidentie van falende ademhalingsklachten en sterfte nam significant af. Dit werd bij de sham-groep met light-touch ook waargenomen, maar daar bleef het antibioticagebruik hoger dan bij de groep die behandeld werd met osteopathie. De onderzoekers geven aan dat verder onderzoek noodzakelijk is om te bepalen welke technieken en aanraking (light-touch) het meeste effect hebben op patiënten met pneumonie en wat de specifieke werking is van het mechanisme achter deze onderzoeksresultaten.

Pilotstudie

Zanotti et al. (2012) deden een pilotstudie om de effecten van longrevalidatie in combinatie met osteopathie bij stadium III COPD in kaart te brengen. Daarbij hebben ze 20 COPD-patiënten gedurende vier weken 5 keer per week behandeld, waarvan de helft met OMT. De osteopathische interventie werd 1 keer per week 45 minuten gedaan, en bestond uit behandeling van met name C0-C2, C3-C4, Th2-Th9, Th12-L1, costae, sternum, craniosacraal en alle diafragma’s. De onderzoekers namen een significant verbetering waar bij de onderzoeksgroep die OMT ontving, door forse toename van het aantal meters in de 6 minuten wandeltest. Ook nam het Residuaal Volume met 11% af en verbeterde de FEV1 met 14%. De onderzoekers geven aan dat verder onderzoek noodzakelijk is, omdat de onderzoeksgroep te klein is en tevens om te bepalen welk mechanisme verantwoordelijk is voor deze verbetering.

(Liesbeth van den Berg)

Referenties

 

Wat te doen bij de nabehandeling van COVID-19 patiënten?

Er zijn op dit moment nog geen effectstudies beschikbaar over de optimale revalidatie of nazorg voor patiënten met COVID-19 en hun naasten, meldt de website medischspecialist.nl.

De osteopathische long fascia behandeling is van belang na luchtweginfecties. Maar informatie over de werking van osteopathie als preventie voor immunologische of luchtweg condities is nog niet bekend. Longfysiotherapeuten adviseren om klinimetrie (het meten van klinische verschijnselen) te doen nadat patiënten van de intensive care zijn ontslagen.

In het kader van uitbraak van het Coronavirus (COVID-19) heeft het REACH (Rehabilitation after Critical Illness and Hospital discharge) netwerk (versneld) hun ‘Post intensive care Toolkit’ ter beschikking gesteld, die fysiotherapeuten en andere paramedici kan ondersteunen in de behandeling van patiënten na ontslag uit het ziekenhuis.

Anamnese:

– Klinische parameters: temperatuur, SpO2, hoesten/dyspneu, ademhalingsfrequentie
– Oefeningen: capacity/intensiteit: 6-minute walking test (6MWT) en 10-meter loop test
– Functionele capaciteit: fiets ergometrie (submaximale capaciteit)
– PROMs: TUGT, FIM, SF36 (physical function) en Barthel Index
– Functie ademhalingsspieren: MIP en MEP
– Spierkracht: MRC schaal, HKK, handheld dynamometrie, Motricity Index
– Vermoeidheid: multidimensional fatigue inventory (MFI) of de Borg schaal
– Psychologische factoren: HADS, GPS, IES, PLC-5 en TSQ
– Cognitieve klachten: De Montreal Cognitive Assessment (MoCA)
– Voeding: SNAQ65+ voor screening op ondervoeding
– Psychosociale klachten van partner/naasten: Caregiver Strain Index (CSI) en HADS.

Behandeldoelen:

– Verbeteren VO2max
– Mobiliteit vergroten: zelfstandige transfers, zelfstandig lopen, traplopen
– Voorkomen van functieverlies: contracturen, pulmonale complicaties en decubitus
– Ademhalingskracht en adequate en veilige hoesttechnieken
– ADL zelfstandigheid
– Verbeteren arm/handfunctie
– Inzicht krijgen/coping van verminderde energie
– Inzicht krijgen in compensatie strategieën
– Stabiele stemming (signaleren/behandelen depressie, angst en PTSS)
– Gezonde voeding
– Veilig slikken
– Revalidant en partner hebben inzicht in de gevolgen van de langdurige IC opname
– Partnerbegeleiding: eventuele psychische klachten en overbelasting tijdig signaleren.

In de revalidatiefase kan osteopathie een rol spelen bij de mobiliteit van de thorax en de mobiliteit van de halsorganen (zie andere artikelen in deze nieuwsbrief).

De REACH Toolkit bevat oorspronkelijk geen informatie over de behandeling van patiënten met pulmonale problematiek. De verwachting is dat patiënten herstellende van het COVID-19 virus meer pulmonale klachten zullen ervaren dan andere IC patiënten. De REACH Toolkit is een dynamische database en zal regelmatig worden aangevuld als er nieuw materiaal verschijnt. Geadviseerd wordt om nauw samen te werken met longfysiotherapeuten. Zij adviseren 2-5 maal per week revalidatie.

Expert Based Opinie en samenvatting

Osteopathie kan een rol spelen in de toename van de mobiliteit van de thorax en de intra-thoracale fascia. Het mobiliseren van de fascia zal moeten gebeuren samen met het revalidatietraject van de longfysiotherapeut. Preventief kan osteopathie een rol spelen in het mobiel houden van de fascia van de hals en thorax. Daarnaast is aangetoond door Meltzer en Standley (2007) dat fasciale technieken invloed hebben op het verminderen van de cytokines.

Omdat patiënten met secundaire morbiditeit en laagdrempelige ontstekingen vatbaar zijn voor het ontwikkelen van ziekteverschijnselen, is het raadzaam om preventief voor een optimale mobiliteit van de fascia te zorgen. Daarnaast wordt het geven van leefstijladviezen aangeraden (slaap, voeding, ontspanning, ademhaling) ter beïnvloeding van de immunologische parameters.

(Sander Kales)

Referenties