Nieuwsbrief De Osteopaat – April 2019


Nieuwsbrief april 2019

 

Voorwoord

Voor u ligt de eerste SWOO nieuwbrief van 2019. Een interessante uitgave waarin experimenteel klachtgericht onderzoek afgewisseld wordt met studies naar wat osteopaten nu eigenlijk doen. De trend in Europa begint zich steeds duidelijker af te tekenen: om mee te doen in de gezondheidszorg zullen we de taal van de zorg moeten spreken. Dat betekent dat we een antwoord moeten hebben op de vraag wat de wetenschappelijke bewijskracht is dat osteopathie iets voor een klacht kan betekenen. Met dat in het achterhoofd is het thema van het komende congres het Prikkelbare Darm Syndroom. Wij hopen u op het congres te mogen begroeten en u te stimuleren om zelf een bijdrage te leveren om ons vak een sterke plaats in de zorg te geven.

Tot 24 mei!

 

Sander Kales, directeur SWOO

 

Biomechanisch

Eindelijk een oplossing voor fibrose?

Bindweefselaandoeningen zoals levercirrose, fibrose genaamd, zorgt op de langere termijn vaak voor verharding van het weefsel en littekens in het aangetaste orgaan, wat kan leiden tot verstoring van de orgaanfuncties. Tot nu toe begrepen wetenschappers niet waarom reparatieprocessen niet goed werken bij fibrotische ziekten. Wohlfahrt et al keken naar het eiwit PU.1. Deze wordt bij fibrose te lang aangemaakt. Een nieuw medicijn moet zorgen voor de remming van PU.1., gericht op het beter behandelen van fibrose.

Originele titel: When organs start to scar: Connective tissue on the wrong road

Auteurs: Wohlfahrt T. et al

Verschenen in: Nature, 2019

 

Biomechanisch

Je nek uitsteken

Rhinosinusitis wordt gedefinieerd als ‘een groep aandoeningen die gekenmerkt worden door ontsteking van het slijmvlies van de neus en neusbijholten’. Een veelvoorkomend probleem hierbij is hoofdpijn, zowel acuut als chronisch. Hierbij komt vaak ook nekpijn kijken. Dit overlapt bij 60-80% van de personen met migraine en spanningstype hoofdpijn, met als gevolg dat de nekpijn geassocieerd wordt met, bijvoorbeeld, migraine. Dit kan deel uitmaken van de hoofdpijnsymptomalogie of een lokaal symptoom zijn van comorbide cervicale musculoskeletale disfunctie.

Deze studie stelde vast dat nekpijn een veelvoorkomende klacht was van personen met SRSH en in de meeste gevallen werd geassocieerd met lokale cervicale disfunctie. Toekomstige studies moeten de nek onderzoeken bij patiënten met door een arts gediagnosticeerde hoofdpijn die wordt toegeschreven aan rhinosinusitis.

Originele titel: Self-reported sinus headaches are associated with neck pain and cervical musculoskeletal dysfunction: a preliminary observational case control study

Auteurs: Petersen S. et al

Verschenen in: Journal of Manual & Manipulative Therapy

 

Biomechanisch

Complementair of tegenstrijdig?

Klinische praktijkrichtlijnen zijn ontwikkeld om het leveren van gezondheidszorg te verbeteren en worden ook geassocieerd met betere klinische resultaten. In Groot-Brittannië heeft het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) richtlijnen opgesteld voor de behandeling van lage rugpijn en ischias, onder andere voor osteopaten.

De mening van osteopaten over de richtlijnen lopen uiteen. Voor sommige is het toepassen ervan een obstakel. Er zal dus meer gekeken moeten worden naar het bijscholen van osteopaten, om de toepasbaarheid van de richtlijnen makkelijker te maken.

Originele titel: Complementing or conflicting? A qualitative study of osteopaths’ perceptions of NICE low

back pain and sciatica guidelines in the UK

Auteurs: Inman J. et al

Verschenen in: International Journal of Osteopatic Medicine

 

Circulatoir

Een nieuw netwerk in je bot

Hoewel botten zeer harde organen zijn, hebben ze daarbinnen ook een dicht netwerk van bloedvaten waar het beenmerg zich bevindt, en wordt de buitenkant bedekt door het periosteum. De precieze structuur van deze gesloten bloedbaan in lange botten was tot nu toe niet duidelijk. De onderzoekers hebben nu duizenden voorheen onbekende bloedvaten aangetroffen in de botten van muizen die loodrecht over de gehele lengte van het bot lopen, over het corticale bot. Om deze reden hebben de onderzoekers ze ‘trans-corticale vezels’ (TCV’s) genoemd. Bovendien konden ze aantonen dat de meerderheid van zowel slagaderlijk als veneus bloed door dit nieuw ontdekte netwerk van vezels stroomt.

Dit betekent dat het een ​​centraal onderdeel is voor het leveren van zuurstof en voedingsstoffen in de botten. Bovendien ontdekten de onderzoekers dat het stelsel van bloedvaten door de immuuncellen in het beenmerg wordt gebruikt om de bloedbaan te bereiken. In het geval van ontstekingsziekten zoals artritis, is het vooral belangrijk dat immuuncellen de bron van de ontsteking snel bereiken. In de toekomst worden studies gepland om de rol van trans-corticale vezels te onderzoeken voor normale bot remodeling en in aandoeningen zoals osteoporose of tumoren die metastaseren in botten.

 

Originele titel: A network of trans-cortical capillaries as mainstay for blood circulation in long bones

Auteurs: Grüneboom, A., et al

Verschenen in: Nature Metabolism (2018)

 

Circulatoir

Zet je beste been voor

Bij acht patiënten werd gekeken of het OMT-protocol oedeem vermindert en wondgroei bij ulcera verkleint. Bewijs suggereert dat adjuvante osteopathische manipulatieve behandeling (OMT) oedeem kan verminderen en de genezingstijd in ulcera van de onderste extremiteit kan verkorten. De vermindering van het oedeem is een steunpilaar van de huidige wondtherapie. Geconcludeerd kan worden dat het om het even is welke aanpak gekozen wordt; het oedeem vermindert en ook de genezingstijd.

Originele titel: Adjuvant Lymphatic Osteopathic Manipulative Treatment in Patients With Lower-Extremity
Ulcers
Auteurs: Kilgore T. et al
Verschenen in: The Journal of the American Osteopathic Association

 

Circulatoir

Er is geen vuiltje aan de lucht

Chronische obstructieve longziekte vormt een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid en is een voorname oorzaak van morbiditeit en mortaliteit. De ziekte veroorzaakt luchtstroombeperkingen als gevolg van schade aan luchtweg- en longanatomische structuren. Symptomen omvatten doorgaans hoest, kortademigheid en de productie van sputum. Huidige behandelingen voor patiënten met COPD is gericht op de pathologie in de longen, bronchiën en alveoli zelf en omvat bronchodilatoren, geïnhaleerde of orale steroïden, of antibiotica, indien nodig. Verdere preventie en behandeling richt zich op het verminderen van opvlammingen door risicofactoren aan te pakken zoals stoppen met roken, en op vaccinaties, pulmonale revalidatie, fysieke activiteit, voedingsondersteuning en zuurstofsuppletie. Wellicht kan ook een osteopathie behandeling van meerwaarde zijn.

Originele titel: An Osteopathic Approach to Rib Somatic Dysfunction in Respiratory Disorders

Auteurs: Pierce-Talsma S. et al

Verschenen in: The Journal of the American Osteopathic Association

 

Metabool

Risicoschatting van probioticagebruik vereist klinische parameters

Twee recente onderzoeken laten zien dat probiotica de darmen alleen koloniseren bij gezonde vrijwilligers die daar ‘gevoelig’ voor zijn. De probiotica gaven een vertraging in de heropbouw van het microbioom na een antibiotica-behandeling. Het onderzoek werd uitgevoerd op muizen en op tien gezonde proefpersonen. Omdat er geen klinische gegevens zijn, is het moeilijk om deze observaties door te trekken naar korte- of lange-termijn gevolgen voor patiënten.

 

Zmora et al. bestudeerden het effect van het gebruik van een reguliere probiotica mix, 2 keer per dag, op de samenstelling en functie van het microbioom en op het transcriptoom. Het transcriptoom omvat alle RNA-moleculen in een cel en kan actief gewijzigd worden, in tegenstelling tot het genoom dat min of meer constant van samenstelling is. Zij vonden bij een eerste vergelijking dat het mucosale en luminale microbioom maar gedeeltelijk overeenkwam met het microbioom van de ontlasting. Hun conclusie is dat het niet genoeg is om alleen de samenstelling van het microbioom van de ontlasting te analyseren. Na 4 weken probiotica-gebruik vonden ze bij muizen een laag niveau van kolonisatie. Bij mensen zagen ze een mucosale kolonisatie tot 4 weken na het stoppen van de probiotica, maar met een sterk individuele reactie. Er was een “gevoelige” groep bij wie enkele probiotica-culturen gevonden werden, en een “ongevoelige” groep bij wie geen kolonisatie plaatsvond. Conclusie is dan ook dat probiotica beter individueel afgestemd kunnen worden.

 

Suez et al., gebruik makend van dezelfde onderzoeksgroep,vergeleek het effect van dezelfde probiotica mix of toediening van een eigen ontlastingsmicrobioom of geen van beide, op het herstel van het mucosale darmmicrobioom na gebruik van antibiotica. Zij vonden dat behandeling met antibiotica de kolonisatie met probiotica versterkte. Maar zij constateerden ook dat probiotica het herstel van het darmmicrobioom vertraagde, in vergelijking met toediening van een eigen ontlastingsmicrobioom. Ook de terugkeer naar de baseline-waarden van het gastro-intestinale transcriptoom liep vertraging op. Gebaseerd op deze observaties zetten de auteurs vraagtekens bij de effectiviteit en risico’s van probiotica.

Generalisatie van deze bevindingen is echter moeilijk; de bevindingen zijn specifiek voor dit probiotica-product en er zijn geen klinische bevindingen geëvalueerd in beide onderzoeken. De onderzoekers hadden andere combinaties van probiotica kunnen gebruiken die bewezen effectief zijn bij antibiotica-gebruik, en ze hadden de behandelroutering of de timing van de toediening van de probiotica kunnen variëren.

 

Zmora et al. onderzochten probiotica kolonisatie, een eigenschap die meestal niet gevraagd wordt van een probiotica bacteriecultuur: de meeste doorlopen de gastro-intestinale tractus en vereisen dagelijkse toediening. Het effect van probiotica wordt meer bepaald door hun invloed op infectie, intestinale permeabiliteit of op de immuniteit.

Suez et al. evalueerden het effect van een mix van probiotica op het herstel van het mucosale microbioom van de darm na antibioticabehandeling. Verrassend genoeg werd de mix van probiotica niet parallel met de antibiotica toegediend, wat niet in overeenstemming is met eerdere klinische onderzoeken.

Het concept van gepersonaliseerde probiotica wordt gepromoot omdat de respons van gezonde vrijwilligers niet homogeen is. Maar dit vereist meer onderzoek en validatie. Deze twee publicaties werpen nieuwe hypotheses op en geven aan dat microbioomdata kunnen helpen in de risicoanalyse van probiotica gebruik. Wel moet de gezondheidswaarde van de probiotica eerst geëvalueerd worden met klinische parameters en gecombineerd worden met microbioom data. Daarbij moet gebruik gemaakt worden van goed gedefinieerde probiotica culturen.

Originele titel: Risk assessment of probiotics use requires clinical parameters
Auteurs: P. Langella, J. Chatel
Verschenen in: Nature Reviews | Gastroenterology & Hepatology (2019)

 

Sympatische hyperactiviteit bij vrouwen met PCOS

Het polycystische ovarium syndroom (PCOS) is een regelmatig voorkomende hormonale aandoening met een aantal lange termijn gezondheidsrisico’s, waaronder diabetes type 2 en cardio-vasculaire aandoeningen. Sympatische hyperactiviteit speelt mogelijk een rol in de ontwikkeling van deze aandoening.

Het doel van deze observationele studie was om te onderzoeken of fysiologische metingen (rust hartslag, bloeddruk, variabiliteit van de hartslag in rust, en herstel van de hartslag en bloeddruk na belasting) en osteopatische bevindingen (Chapman punten en viscerosomatische reflexpunten) over de sympathische tonus voor het hart, de nieren en de ovariae overeenkwamen bij een groep vrouwen met PCOS.

24 vrouwen namen deel aan het onderzoek. De deelnemers vertoonden een verhoogde sympatico tonus vergeleken met referentiewaarden. Dit bleek uit zowel de fysiologische metingen als de osteopatische bevindingen. Bij een aantal deelnemers was het aantal osteopatische bevingen van verhoogde sympatische activiteit groter dan het aantal fysiologische. De onderzoekers concludeerden hieruit dat osteopatisch structureel onderzoek een waardevol diagnostisch middel is om bij vrouwen met PCOS verhoogde sympatico tonus vast te stellen, zelfs voordat fysiologische symptomen zich manifesteren.

 

Originele titel: Correlation Between Physiologic and Osteopathic Measures of Sympathetic Activity in Women With Polycystic Ovary Syndrome
Auteurs: S. Davis, DO et al
Verschenen in: The Journal of the American Osteopathic Association, January 2019, Vol. 119, 7-17

 

Neurologisch

Niet-invasieve vagus stimulatie om pijnsensatie te verminderen

Het mechanisme waarmee non-invasieve n. vagus stimulatie (nVNS) het centrale en perifere zenuwstelsel beïnvloedt, is niet duidelijk. Effecten van nVNS vs sham stimulatie bij proefpersonen op 5 pijnlijke warmteprikkels (toegepast op het linker been) werden gemeten bij 30 gezonde proefpersonen (n = 15 sham en n = 15 nVNS), met fMRI en de fysiologische galvanische huidreactie (GSR). Herhaalde pijnlijke warmteprikkels lieten een significant lagere reactie zien bij nVNS. Samenvattend: non-invasieve vagus stimulatie verminderde de fysiologische reactie op pijnlijke warmteprikkels en beïnvloedde neurale centra die belangrijk zijn voor pijnverwerking en autonome output.

Originele Titel: Noninvasive vagus nerve stimulation alters neural response and physiological autonomic tone to noxious thermal challenge
Auteurs: I. Lerman et al
Verschenen in: PLOS ONE, 2019; 14 (2)

 

Neurologisch

Hersenkneuzing vanuit osteopatisch perspectief

Symptomen die met een hersenkneuzing samenhangen, omvatten emotionele, somatische, en cognitieve klachten, die langer kunnen aanhouden bij patiënten met bepaalde risicofactoren. Neurologisch onderzoek is noodzakelijk om hogere motor neuron laesies uit te sluiten, en dus de noodzaak voor hersenscans. Cervicale aandoeningen worden vaak samen met hoofdaandoeningen gevonden en laten een vergelijkbaar beeld zien als bij hersenkneuzingen. Daardoor kan het moeilijk te bepalen zijn waar symptomen vandaan komen.

Neuropsychologisch, oculo-motorisch, en balans onderzoek kunnen specifieke tekorten laten zien, die met revalidatie goed behandeld kunnen worden. Osteopathisch onderzoek van de schedel, de wervelkolom, sacrum en de thorax voor somatische dysfuncties maakt het mogelijk om veilige interventies toe te passen. Patiënten die sporten, kunnen beginnen met een geleidelijke trainingsopbouw als ze daarvoor toestemming hebben van de behandelend arts.

Hersenkneuzingen vereisen een uitgebreide evaluatie om bepaalde risicofactoren vast te stellen, evenals cervicale, neurologische, neuropsychologische, oculomotorische, balans en

osteopathische structureel onderzoek. Visuele, vestibulaire of cognitieve revalidatie wordt aangeraden bij aanhoudende hersenkneuzingsymptomen. Gericht onderzoek bij hersenkneuzingen stelt zorgprofessionals in staat om interventies aan te bieden. Gezien de hoge incidentie van hersenkneuzingen en de variabele presentatie van het beeld, is kennis van gericht onderzoek een vereiste.

Originele Titel: Concussion Evaluation and Management: An Osteopathic Perspective
Auteurs: H. Zwibel et al
Verschenen in:J Am Osteopath Association 2018;118(10):655-661

 

Bio psychosociaal

Placebo als psychologische interventie

421 proefpersonen ontvingen placebo’s, die bestonden uit geanimeerde video’s. Deelnemers kregen een ​​psychologische behandelingsredenering over de effecten en het wetenschappelijk bewijs voor deze interventie, waaronder dat de gunstige effecten van de interventie niet te wijten waren aan biologische effecten van kleuren op de hersenen, maar als gevolg van psychologische processen.

Placebo’s met een psychologische behandelingsredenering bleken mogelijk en effectief, mits ze geleverd werden in een betrouwbare, vriendelijke en empathische relatie, tenminste bij gezonde proefpersonen. Voor osteopaten is de eigen persoonlijkheid en de behandelingsredenering dan ook van belang voor het bereiken van effect.

Originele titel: Effects and Components of Placebos with a Psychological Treatment Rationale – Three Randomized-Controlled Studies
Auteurs: Gaab, J., Kossowsky, J., Ehlert, U. and Locher, C.
Verschenen in: Effects and Components of Placebos with a Psychological Treatment Rationale–Three Randomized-Controlled Studies. Scientific reports 2019, 9(1), p.1421

 

Overig

De groei van osteopathie in de VS

In totaal telde het rapport van de American Osteopathic Association van 2018 meer dan 114.000 DO’s in de Verenigde Staten. Bijna 31.000 studenten volgden een college voor osteopathische geneeskunde. Andere belangrijke bevindingen zijn:

  • Vrouwen maken 41 procent van de DO’s uit.
  • 74 procent van alle praktiserende vrouwelijke DO’s is in de afgelopen 14 jaar in het vak gekomen.
  • De top 5 niet-eerstelijns specialismen zijn: spoedeisende geneeskunde, anesthesiologie, verloskunde en gynaecologie, chirurgie en psychiatrie.

Originele titel:Number of DOs has more than tripled since 1990, new report finds
Auteurs: AOA staff
Verschenen in: https://thedo.osteopathic.org/2019/01/number-of-dos-has-more-than-tripled-since-1990-new-report-finds/, januari 2019

 

Meld aan reguliere zorgverlener

Redenen dat patiënten hun huisarts er niet over inlichten dat ze complementaire zorg (CM) ontvangen, waren onder meer gebrek aan interesse bij medische zorgverleners; angst voor afkeuring; dat openbaarmaking als onbelangrijk gezien werd; dat zorgverleners kennis over de complementaire zorg misten; en het beeld dat complementaire zorg veilig is.

Bekendmaking van CM-gebruik aan medische zorgverleners moet worden aangemoedigd voor veilige, effectieve patiëntenzorg. Het wel of niet melden lijkt te worden beïnvloed door de aard van de communicatie tussen patiënt en zorgverlener. Inconsistente definities van CM en het ontbreken van een standaard maatstaf voor melden, zorgden echter voor substantiële heterogeniteit tussen studies.

Uit aanvullende meta-analyse van geselecteerde artikelen blijkt dat ongeveer twee op de drie CM-gebruikers dat niet melden aan medische zorgverleners. Voor de osteopaat ligt hier een taak om te melden aan de huisarts dat de patiënt osteopathische zorg krijgt.

Originele titel: Disclosure of complementary medicine use to medical providers: a systematic review and meta-analysis
Auteurs: Foley, H., Steel, A., Cramer, H., Wardle, J. and Adams, J.
Verschenen in: Scientific reports 2019, 9(1), p.1573

 

Evidence Based Practice in Groot-Brittannië

Van de 5200 geregistreerde osteopaten in Groot-Brittannië reageerde 10% op de uitnodiging en voltooide 7% de digitale vragenlijst EBASE. De meesten waren het erover eens dat evidence-based practice (EBP) de kwaliteit van de patiëntenzorg verbetert (69%) en noodzakelijk is voor de osteopathie (77%). De meerderheid rapporteerde gematigde vaardigheden in EBP, en ruim driekwart was geïnteresseerd in het verbeteren van deze vaardigheden. Deelnemende osteopaten hadden in de voorgaande maand gemiddeld een tot vijf keer literatuur opgezocht of een collega geconsulteerd.

De uitkomsten suggereren dat osteopaten zichzelf voldoende bekwaam achten in de eerste twee stadia van het EBP-proces, d.w.z. vaardig om een zoekbare vraag te stellen en het juiste bewijsmateriaal te verkrijgen. De bevindingen tonen ook aan dat Britse osteopaten matig vaardig zijn in het kritisch beoordelen, samenbrengen en toepassen van onderzoeksbewijzen in de klinische praktijk (de laatste drie stadia van het EBP-proces). Een implicatie van deze bevindingen kan zijn dat een klinische training in EBP zich meer moet richten op het ontwikkelen van beoordelings- en toepassingsvaardigheden.

Originele titel: Attitudes, skills and use of evidence-based practice among UK osteopaths: a national cross-sectional survey
Auteurs: Sundberg, T., Leach, M.J., Thomson, O.P., Austin, P., Fryer, G. and Adams, J.
Verschenen in: BMC musculoskeletal disorders, 2018, 19(1), p.439