Nieuwsbrief De Osteopaat – oktober 2016


Nieuwsbrief De Osteopaat Oktober 2016

 

Biomechanisch

Vrouwelijk bekken verandert in mensenleven
Het vrouwelijk menselijk bekken moet een compromis maken in haar ontwikkeling. Een breder bekken is efficiënt om kinderen te baren, terwijl een smaller bekken meer stabiliteit geeft in een bipedale gangpatroon. Dit is de reden dat het vrouwelijk bekken verandert gedurende haar leven.
Het vrouwelijk bekken ontwikkelt zich tot ongeveer de pubertijd gelijk aan die van de man. Op dat punt zijn er slechts kleine verschillen. Vanaf de pubertijd ontwikkelt de bekken van vrouwen zich anders dan die van mannen, tot ongeveer 25-30 jaar. Dit is dan ook de piek van vruchtbaarheid bij de vrouw. Vanaf 40 jaar oud is de verdere ontwikkeling weer gelijk aan die van het mannelijk bekken. Deze veranderingen worden toegeschreven aan de veranderende oestradiolgehaltes in respectievelijk puberteit en de premenopausale leeftijd. De ontwikkeling van het mannelijk bekken staat meer onder invloed van testosteron in de prepubertijd.

Originele titel: Developmental evidence for obstetric adaptation of the human female pelvis
Auteur: Alik Huseynov, Christoph P. E. Zollikofer, Walter Coudyzer, Dominic Gascho, Christian Kellenberger, Ricarda Hinzpeter and Marcia S. Ponce de León
Verschenen in: Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS)

 

Biomechanisch

Fasciale releasetechnieken verminderen chronische pijn na keizersnede

Littekens kunnen nogal eens pijn veroorzaken, zo ook de littekens van een keizersnee. Om te zien of een osteopatische behandeling helpt tegen die pijn, werd een onderzoek uitgevoerd.
Bij twee patiënten met chronische pijn van een keizersnee-litteken (beide met een historie van twee keizersnedes) werden fasciale rektechnieken toegepast in vier sessies van 30 minuten, over een periode van twee weken. Technieken die toegepast werden waren: 1) bekken en abdominale diafragma releasetechnieken; 2) directe technieken op het litteken door middel van rek en druk op de beperkende richting en 3) mobilisatie van de lage-abdominale en bekkenviscera, als restricties aanwezig waren. Littekenmobiliteit en druktolerantie verbeterden en premenstruele pijn verdween bij deze twee vrouwen.

Originele titel: Chronic caesarian section scar pain treated with fascial scar release techniques a case series
Auteur: Jennifer B. Wasserman, DPT, MSc, Jessica L. Steele-Thornborrow, DPT, Jeremy S. Yuen, DPT, Melissa Halkiotis, DPT,Elizabeth M. Riggins, DPT
Verschenen in: Journal of Bodywork and Movement Therapies

 

Biomechanisch

Hoe bindweefsel reageert op biofysische stimuli
Uitgebreid literatuuronderzoek laat zien welke inzichten er tegenwoordig zijn in hoe het bindweefsel reageert op bepaalde stimuli. Hiervoor onderzochten de auteurs bijna 100 wetenschappelijke artikelen.
Het molecuulnetwerk dat de extracellulaire matrix (ECM) vormt, is verantwoordelijk voor het macro-mechanische gedrag van weefsel. Het mechanische gedrag van bindweefsel op biofysische stimuli wordt beïnvloed door het type stimulus en de geschiedenis van die stimuli. Het bindweefsel gedraagt zich viscoelatisch of viscoplastich macro-mechanisch. ECM moleculen ondergaan rek en afschuivingskrachten tijdens macroscopische biofysische stimuli, en kunnen daarom mechanische degeneratie vertonen. Veranderingen van de mechanische eigenschappen en ECM structuren, gerelateerd aan mechanische degeneratie, zijn niet-lineair in de tijd en heterogeen over het bindweefsel.
Wanneer bindweefsel wordt blootgesteld aan macroscopische biofysiologische stimuli, worden de stimuli naar beneden geschaald tot microscopische stimuli, die op hun beurt weer worden omgezet in biochemische signalen die kunnen worden gedetecteerd door de cellen. In reactie op deze signalen kan de cel de ECM degraderen via enzymdegradatie of laten herstellen. Mechanisch gedrag van weefsel is het resultaat van de competitieve dynamiek tussen degeneratie en herstel, wat leidt tot een omgekeerde U-relatie tussen stimulatie en weefselkwaliteit.

Originele titel: Viscoelasticity viscoplasticity and mechanobiological response of fibrous tissues current concepts
Auteur: Leila Jafari, M.Sc.,ing, Leila Jafari, Nathaly Gaudreault, PhD, PT, Eve Langelier, PhD, ing
Verschenen in: Journal of Bodywork and Movement Therapies

 

Respiratoir, circulatoir

CST effectief bij reduceren van nekpijn
54 proefpersonen werden geblindeerd toebedeeld aan een CST groep en een controlegroep die een schijnbehandeling ontving. CST bleek effectief bij het reduceren van nekpijn.
Beide groepen gingen een traject in van acht weken. Inclusiecriteria waren chronische niet-specifieke nekklachten volgens de Visueel Analoge Schaal (VAS). Uitkomsten werden gemeten voor en na het traject, alsook na drie maanden. Er werd primair gemeten via VAS, secundair via pijn bij bewegen, drukpijn, functionele beperkingen, kwaliteit van leven, stress, lichaamsbewustzijn en veiligheidsbeleving.
Het protocol voor CST bestond uit lift- en compressietechnieken, sutuur-behandeling, OAA, SSB en TMJ behandeling, Hyoid, dura, diafragma’s en LSO/SI-decompressie. Tevens werd er somato-emotional releasetechnieken toegepast. De schijnbehandeling bestond uit lichte druk op dezelfde plaatsen als bij de behandeling.

CST-patiënten vertoonden een significante verbetering op pijnintensiteit bij acht en twintig weken. Tevens werd bij acht weken een significant verschil gemeten bij pijn bij bewegen, kwaliteit van leven en functionele beperkingen gevonden. Conclusie: CST is effectief en veilig bij het reduceren van nekpijn.

Originele titel: Craniosacral Therapy for the Treatment of Chronic Neck Pain A Randomized Sham-controlled Trial
Auteur: Haller H, Lauche R, Cramer H, Rampp T, Saha FJ, Ostermann T, Dobos G.
Verschenen in: The clinical journal of pain

 

Bio-energetisch metabool

Borstvoeding gouden standaard
Borstvoeding is de gouden standaard voor babyvoeding. Niet alleen vanwege de voordelen voor het kind (een afname in kind mortaliteit en -morbiditeit, een verlaagd risico op obesitas en een verminderde incidentie van infecties), maar ook vanwege de positieve effecten voor de moeder (zoals een hogere bescherming tegen borstkanker).De verschillende componenten van moedermelk (oligosachariden, immunoglobulinen, cytokines, eiwitten en hormonen) beïnvloeden allemaal de fysiologie van het kind.

Zo zijn de oligosachariden en intestinale glycanen essentiële factoren in de samenstelling van de darmflora. Geproduceerd in de borst vertonen ze een enorme diversiteit op basis van hun samenstelling (combinatie van galactose, fucose, siaalzuur en N-acetylglucosamine). De verschillende sachariden bewerkstelligen verschuivingen in de samenstelling van darmflora en dat heeft een langdurig (positief) effect op het verloop van inflammatoire (darm)ziekten.
Moederlijke secretoire immunoglobuline A (sIgA) is een volgende component uit borstvoeding. Deze controleert bacteriële kolonisatie in de darm. Het binden van sIgA aan bacteriën houdt hun proliferatie tegen – en voorkomt zo de expansie van colitogene bacteriën.
Bioactieve eiwitten zoals immunoglobulines, cytokines, defensines en lactoferrines staan in voor het immuunsysteem van het jonge kind en functioneren als oplosbare receptoren voor pathogenen. Immunoglobulines brengen de immuniteit over van de moeder naar het kind. Lactoferrines neutraliseren zeer efficiënt ijzer en induceren fagocyteren. Cytokines dragen bij aan de ontwikkeling van de mucosale immuniteit en de defensines helpen het immature immuunsysteem tegen infecties.
Naast de ontwikkeling van darmflora en de ontwikkeling van het mucosale immuun systeem worden ook metabole wegen en de algemene groei van de zuigeling beïnvloed door moedermelk. Hormonen zoals leptine (controleren van verzadiging en vet stockage), insuline-like growth factor 1 IGF 1 (stimuleren van lichaamsgroei) en adiponectine (reguleren van bloedsuikerspiegel en oxidatie van vetzuren) dragen daartoe bij.
Een kleine kanttekening tegenover al het goede, is dat borstvoeding betrokken is bij de overdracht van pathogenen zoals HIV en Cytomegalie en de opeenstapeling van lipofiele xenobiotica (lichaamsvreemde stoffen).

Originele titel: Breastfed at Tiffany’s
Auteur: Thierry Hennet, Lubor Borsig
Verschenen in: Trends in Biochemical Sciences, 2016

 

Neurologisch

Hoe raakt je hand een object aan?
In het belang van de revalidatie van het bovenste lidmaat en de ontwikkeling van prothesen en robot-handen, is er aanzienlijk onderzoek verricht naar het proces van aanraken. Eerst is er het opvangen van de mechanische signalen, vervolgens het omzetten in neurologische signalen en tot slot de perceptie in de hersenen. Voorafgaande onderzoeken hebben het belang aangeduid van vibrotactiele signalen in de perceptuele functie en dus het geven van verschillende aanwijzingen over tactiele submodaliteiten zoals vorm, oppervlakte en deformatie van een bepaald object. Toch is er weinig bekend over hoe vibratie zich verspreidt in de hand en in welke mate de vibratie-patronen de aard van het object weerspiegelen. Daarom is met speciale apparatuur de ruimtelijke verspreiding van vibraties in de dorsale zijde van de hand tijdens actieve tast, grijpen en manipulatieve taken in kaart gebracht.

De resultaten tonen dat het effectief mogelijk is verschillende types van interactie te ontcijferen. De patronen na tik-bewegingen onderscheiden zich duidelijk van de andere. Schuiven en grijpen leveren daarentegen wel gelijkaardige patronen op. Hoe groter de vingerkracht, hoe hoger ook de vibratie-intensiteit en de verspreiding ervan. De vibratiepatronen beperken zich niet alleen tot het contactgebied maar verspreiden zich en reiken in vele gevallen tot aan de pols.
De grote ruimtelijke schaal van de variaties in deze patronen en hun snelle tijdsevolutie suggereren de aanwezigheid van een schaarse verspreiding aan vibratiegevoelige mechanoreceptoren, gelijk aan de Pacini cellen al in de hand aanwezig. De nabijheid van de extensorpezen in de dorsale hand, suggereert dat spierspoeltjes mogelijk ook een rol kunnen spelen in het verwerken van vibraties, maar hier is, net zoals in het grotere domein van de vibraties, verder onderzoek voor nodig.

Originele titel: Spatial patterns of cutaneous vibration during whole-hand haptic interactions
Auteur: Shao, Y., Hayward, V. en Vissell, Y.
Verschenen in: Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA (PNAS)

 

Neurologisch

Migraine gelinkt aan prikkelbare darmsyndroom

Prikkelbare darmsyndroom (IBS) wordt gekarakteriseerd door een dysfunctie in de informatieverwerking van het centrale zenuwstelsel. Patiënten met IBS vertonen daarnaast een verhoogde activiteit van de hypothalamus.

De hersenen spelen een belangrijke rol in de pathologie van IBS. Daarom legt nieuw onderzoek de link tussen IBS, de hypothalamus en stress. Onderzoeker Megan Brooks onderzocht of hoofdpijn, voornamelijk migraine en spanningshoofdpijn, gelinkt kan zijn aan IBS. Resultaten tonen een zeer waarschijnlijke associatie zowel in genotype als in fenotype tussen IBS en (hoofdzakelijk) migraine. Dit kan duiden op een gedeeltelijk overeenkomende pathofysiologie die gebaseerd is op een verstoring in de serotonerge neurotransmitters. Het resultaat is belangrijk voor de behandeling van beide pathologieën. In dergelijke situaties mag men de link tussen het centraal zenuwstelsel en de darm niet uit het oog verliezen.

Originele titel: Migraine Linked to Irritable Bowel Syndrome
Auteur: Megan Brooks
Verschenen in: To be presented at the 68th American Academy of Neurology (AAN) Annual Meeting

 

Biopsychosociaal

Vermijd nocebo-effect
Het bewust gebruik maken van een placebo-effect kan een behandeling extra kracht geven, maar het placebo-nocebo effect wordt nog niet goed begrepen. Dit artikel beschrijft de neurobiologische mechanismes en contextuele factoren die erbij betrokken zijn.
Pijn en motorisch functioneren zijn neurobiologische mechanismes. Dit artikel laat zien dat een placebo een activatie geeft van het descenderende centrale endogeen pijnsysteem. Er wordt ook spinaal een placebo-principe beschreven. Nocebo (een negatief verwachtingseffect) deactiveert het bovenstaande systeem en stimuleert de prostaglandines die vrijkomen als gevolg van cyclo-oxygenase.
Placebo beïnvloedt motor performance door activatie van dopamine in het striatum, activatie van basale ganglia en het lymbisch systeem. Nocebo geeft een vermindering van activatie in corticospinale circuits, waardoor kracht en performance worden verminderd.
Contextuele factoren zijn de meer psychologische en externe factoren die aanwezig zijn. Hieronder vallen de kwaliteiten van de therapeut zelf, zoals professionaliteit, reputatie en enthousiasme. Verder zijn de kwaliteiten van de patiënt belangrijk, zoals de verwachtingen, eerdere ervaringen, leeftijd en conditie. Daarnaast is de therapeut–patiënt relatie van belang, inclusief (non-)verbale communicatie. En dan is er nog de behandeling zelf, waaronder: een heldere diagnose, goede afspraken over de behandeling, gepersonaliseerde zorg en therapeutische aanraking. Tot slot is om een placebo-effect te bereiken de zorgomgeving belangrijk, zoals het geluidsniveau, muziek, temperatuur, architectuur en interieur.

Originele titel: Enhance placebo, avoid nocebo
Auteur: Marco Testa,, Giacomo Rossettini
Verschenen in: Manual Therapy

 

Overig

Osteopathie is een complexe zaak
Osteopathie is een holistisch beroep en precies dit aspect maakt het soms moeilijk om het als beroep te onderzoeken.
Naast het geven van een holistische behandeling worden ook oefeningen, adviezen en gesprekstechnieken gebruikt, wat allemaal op elkaar inwerkt. Verder zijn er binnen de osteopathie verschillende werkmodellen die uitgaan van verschillende concepten over gezondheid. Hierdoor ontstaan er verschillende visies binnen het beroep. Toch ligt de nadruk bij iedere visie op het bieden van individuele zorg. Het is echter nog niet wetenschappelijk aangetoond of het steeds afstemmen op individuele zorg ook de voorkeur moet krijgen. Ook dit is een heikel punt in de wetenschap, omdat we niet te maken hebben met protocollen.
Om osteopathie beter te onderbouwen in de toekomst, zullen er in de toekomst meerdere uitkomstmaten gemeten moeten worden in ‘patient centred care’ studies. Dit is nodig om objectieve uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van osteopathie en daarmee om een plek binnen de gezondheidszorg te bemachtigen.

Originele titel: Osteopathy – a complex business
Auteur: Steven Vogel
Verschenen in: International Journal of Osteopathic Medicine

 

Overig

Standaard voor te vroeg geboren baby’s
In 2014 werd een internationale standaard voor afmetingen van pasgeboren baby’s gepubliceerd. De afmetingen zijn gebaseerd op pasgeborenen die zonder (grote) complicaties en bewijzen van foetale groeibeperkingen ter wereld zijn gekomen.

Ook bij de moeders werden geen risicofactoren vastgesteld voor foetale groeibeperkingen. Neonatologen en onderzoeksgroepen vroegen om gelijkaardige grafieken voor baby’s die te vroeg geboren zijn. Aangezien de hierboven vermelde inclusiecriteria voor prematuren te hoog gegrepen waren, werden de inclusiecriteria aangepast en referentiegrafieken opgesteld. De tabellen geven informatie over: lengte, gewicht, hoofdomtrek en zijn beschikbaar voor het gebruik in de medische praktijk. Ze bieden een manier om verschillende parameters van pasgeboren baby’s tussen 24 en 42 weken te evalueren.

Originele titel: Intergrowth-21st very preterm size at birth reference charts
Auteur: Villar J, Giuliani F, Fenton TR, Ohuma EO, Cheikh Ismail L, Kennedy SH
Verschenen in: The Lancet

 

COME QUANTUM Conference 2016
Op 8 oktober houdt COME Collaboration haar jaarlijkse conferentie in Mechelen, België. Op deze internationale conferentie worden de laatste onderzoeksresultaten en nieuwe inzichten gedeeld. De conferentie richt zich op multidisciplinaire samenwerking door ook niet-osteopaten uit te nodigen. De conferentie bevat vier tracks op één dag:
– Neonatologie
– Cardiovasculaire
– Communiceren over osteopathie: alle feiten, geen fictie
– Pijn
Zie voor meer informatie hier:

 

NVO
Janssoniuslaan 32
3528 AJ Utrecht